Stekkerblokken en ondefinieerbare begrippen: de klassieke links-rechts tegenstelling in perspectief

Wat hebben discussies over poedels en kleuters, eindeloze grappen over de Sahara en voorbeelden met stekkerblokken te maken met de nationale politiek van Nederland? Het antwoord is de Algemene Politieke Beschouwingen. Dit jaarlijkse politieke toneel wordt traditiegetrouw na Prinsjesdag opgevoerd. Fractievoorzitters gaan met elkaar en de minister-president in debat, en als we de kranten mogen geloven kunnen we een grote botsing verwachten tussen de rechtse coalitie en de linkse oppositie. De vraag is echter of het terecht is om in deze bewoordingen te spreken over deze discrepantie. Zijn ‘links’ en ‘rechts’ niet lang vervlogen begrippen? Mijn inziens klopt dit inzicht. De belangrijkste tegenstelling die Nederlandse partijen en kiezers verdeelt is niet de tegenstelling tussen links en rechts.Een begrip zonder geschiedenis is als een mens zonder geheugen – voor een zuivere discussie is het van belang om te beseffen hoe de begrippen links en rechts ooit zijn ontstaan. Het verhaal gaat terug naar de roerige Franse geschiedenis van eeuwen geleden, waar de Assémblee Nationale het trotse volk vertegenwoordigd. Tijdens een stemming op 11 september 1789 zaten degenen die de machtspositie van de koning intact wilden houden, de geestelijkheid en hoge adel, rechts van de voorzitter. De tegenstanders die het ambt van de koning wilden vernieuwen, de burgers, zaten juist links. Deze fysieke scheiding van links en rechts symboliseerde de klassieke tegenstelling – hoeveel invloed timmermannen op ons publiek debat kunnen hebben is verbazingwekkend.

Terug naar de Nederlandse polder, waar de frisse wind van verandering door het partijpolitieke stelsel waait. Ook in de vierkante meter van Den Haag werd tijdelijk de klassieke tegenstelling visueel benadrukt: de Sociaal Democratische Arbeiders Partij nam links van de voorzitter plaats, terwijl de Anti Revolutionaire Partij met confessioneel bloed in haar politieke aderen rechts van de voorzitter zat. Een hele rits veranderingen volgden elkaar op. Niet alleen veranderde de vergaderzaal van de Tweede Kamer als Neerlands politieke arena van samenstelling en vorm, de pragmatische partij D66 zorgde na haar oprichting in 1966 voor een politieke aardverschuiving en proclameerde dat ideologieën voorbij waren. De Paarse jaren, waar de rechtse VVD en de linkse PvdA samen regeerden met D66 als politiek smeermiddel, spraken boekdelen.

En terwijl de nieuwe partijen als kinderen op een schoolplein over elkaar heen buitelen, politici het parlement even snel verlaten als een forens de stoptrein naar Amsterdam en politieke ideeën even vluchtig veranderen als de richting van dansende herfstbladeren in de wind, gebruiken kiezers desondanks al tientallen jaren de links-rechts tegenstelling. Zo is er een onderzoek bekend waaruit blijkt dat 98% van de kiezers zichzelf een plaats kan geven in de links-rechts tegenstelling. Uit het Nationaal Kiezersonderzoek blijkt dat 30% van de kiezers zich als links identificeert, en 30% als rechts. Ergo: dit model heeft absoluut nog niet aan betekenis en belang verloren. Is dit terecht? Nee, want de begrippen zijn niet te definiëren.

Read More »

VVD: geen internet voor NPO

Als het aan de VVD ligt, mag de publieke omroep zich niet meer met internet bezighouden. De omroepen moeten bij hun leest blijven, zich beperken tot audiovisuele taken, ofwel alleen radio- en televisieprogramma’s maken die op publieke netten te zien zijn. Dit bevestigde VVD-Kamerlid Anouchka van Miltenburg op maandag 2 november in het Nederlands Dagblad.

Vijf redenen waarom de VVD de plank volledig misslaat:

  1. Het belangrijkste argument voor de hierboven genoemde maatregel, is dat de omroepen nu op oneerlijke wijze met hulp van belastinggeld zouden concurreren met commerciële partijen. De laatst genoemden moeten een risico nemen om nieuwe websites winstgevend te kunnen maken, een risico dat voor de omroepen vrijwel niet zou bestaan.Hoewel hier wel iets in zit, kun je het ook omkeren. Je zou ook kunnen stellen dat de commerciële partijen oneerlijke concurrentie zijn, aangezien zij aan veel minder regels gebonden zijn dan de publieke omroep. De ‘commerciëlen’ hebben weer andere voordelen dan de verschillende publieke zenders. Waarom de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) beperken? Bovenal zouden kranten,  in hun zoektocht naar een vervangend medium, volgens Van Miltenburg last hebben van de oneerlijke concurrentie van de publieke omroepen. Waarom zouden kranten, die hun traditionele medium dreigen te verliezen, meer recht hebben op internetgerichte evolutie dan de omroepen? Het is maar de vraag of televisie en radio over 25 jaar nog bestaan. Ik bespeur een gelijkenis.

  • We leven in het jaar 2010, de weg tot aan de volgende jaarwisseling is bijna verreden. De VDD-maatregel stuurt de NPO terug naar het op een na laatste decennium van de vorige eeuw. Het internet is de toekomst en de toegangspoort naar de jeugd van tegenwoordig. Wil de omroepen mee komen met de rest, dan zullen ook zij een territorium moeten kunnen claimen op het wereld wijde web. Hoe kunnen omroepen en programma’s zich anders profileren?

  • Internet is voor veel televisie- en radioprogramma’s een geweldige aanvulling. Neem een fenomeen als Twitter. Steeds vaker verweven programma’s de zogenaamde hashtags (#tvlab) in hun concept, de Twitter-discussies worden zelfs verweven in programma-websites of een livestream (Beagle, in het Kielzog van Darwin). Zijn dergelijke crossmediale werkwijzen uit den boze voor publieke omroepen?
  • Internet is ook audiovisueel!
  • Het grote probleem van alles dat commercieel is, is dat het commercieel is. Het gaat om geld verdienen, niet om kwaliteit. Is iets interessant voor een klein publiek, dan is het opeens niet goed genoeg. Kun je geld verdienen met de meest verschrikkelijke meuk, dan is helemaal top. Val je (blijkbaar) buiten de heersende stroom, dan kun je de televisie, radio en computer maar beter uitlaten. De NPO biedt voor veel dingen een alternatief. Als je het mij vraagt, moeten we dat koesteren. Net als al het andere dat kapot wordt gemaakt door onze nieuwe regering.

Mijn stelling is dat de VVD, als ze de NPO kwijt wil, de omroepen beter direct kan afschaffen. Behoed hen van een lange lijdensweg. Noem me een linkse rakker, maar kom dan wel met tegenargumenten…

De opkomst en de ondergang van Gordon Brown, en de rol van de media hierin

De Britse politicus Gordon Brown heeft een heftige politieke carrière gekend, met veel hoogte- en dieptepunten. Wat de rol van de media hierin? Brown is geboren in Schotland, en werd in zijn studententijd al gekenmerkt als een briljante leerling. Na een tijd gewerkt te hebben als journalist bij Scottish Television, ging hij de politiek in. In 1983 ging hij het Lagerhuis in voor Labour, en in 1994 deed hij na de dood van partijleider John Smith een poging om het leidersschap te veroveren. Dit mislukte doordat de jonge Tony Blair hiermee aan de haal ging. Deze gebeurtenis leidde het begin van een lange interne strijd tussen Blair en Brown in.

Langzamerhand ging het beter met de oppositiepartij Labour en ze hervonden zichzelf tijdens de regeerperiode van de Conservatieven, de traditionele tegenhanger van Labour. Het verhaal gaat dat in het restaurant Granita in Islington besloten werd over het leiderschap van het land. Als Blair premier zou worden, zou hij Brown benoemen tot Chancellor of Exchequer, als hij Blair tenminste niet zou aanvallen tijdens de campagne. De Chancellor of Exchequer is de Minister van Financiën in het Britse Kabinet, en als vanouds een van de belangrijkste posities die er beschikbaar zijn. En zo geschiedde. In 1997 behaalde Labour een monsterzege bij de verkiezingen. De slogan New Labour, New Britain ging de hele wereld over en men danste van vreugde op de straten.

Na zijn eerste regeerperiode won de charismatische Blair ook de volgende verkiezingen. Na de tweede regeerperiode won hij weer de verkiezingen, nu echter met een veel minder goed resultaat. Blairs politieke houdbaarheid liep ten einde, en Brown was nog altijd sterk aanwezig op de achtergrond en belust op het leiderschap. Na tien jaar – halverwege de derde regeerperiode – stopte Blair, en gaf hij dan eindelijk het stokje over aan de scherpzinnige Schot. Belangrijk is dat Brown premier werd zónder verkiezingen. Vanaf dit moment werd het pas echter interessant. In drie jaar tijd viel de kersverse premier hard van zijn voetstuk, terwijl hij de functie zo graag wilde. Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

Om die vraag te kunnen beantwoorden kunnen er drie oorzaken worden aangewezen. Ten eerste de erfenis van Blair, de persoon Brown en de media in Groot-Britannië. Eerst de erfenis.Toen Blair premier werd was het optimisme overal te zoeken. Alles was mogelijk, en Groot-Britannië zou de mooiste plek worden om te wonen en werken. Toen Brown echter premier werd zat het land  opgescheept met een enorm begrotingstekort, oorlogen in Irak en Aghanistan, en een tanend vertrouwen van de burgers in de politiek. Bovendien was Labour de afgelopen tien jaar de regerende partij geweest. Om met deze erfenis te moeten regeren is een ontzagwekkende uitdaging.

Dan de persoon Brown. De man die werd gekenmerkt door Jeremy Clarke als “Schotse eenoog“ – na een ongeval bij rugby werd Brown aan zijn linkeroog blind, en zijn rechteroog beschadigd – staat bekend om zijn grote intelligentie. Door vriend en vijand wordt hij geroemd om zijn dossierkennis. Hij eist veel van zichzelf en de mensen met wie hij werkt. Bovendien heeft hij echt hart voor de zaak – hij geloofd wat hij uitdraagt. Verder staat Brown bekend om zijn norse en weerbarstige karakter, wat hem weinig sympathiek maakt, maar wel een geliefd onderwerp voor talloze satirische cartoons.

De combinatie van intelligentie en norsheid resulteert in een zichtbare ergernis van Brown om dingen te doen die hij als nutteloos ervaart. Zo komt het dat Brown aan de ene kant internationale lof kreeg voor zijn aanpak van de economische crisis en volgens Times een van honderd invloedrijkste mensen op aarde was, terwijl hij aan de andere kant nauwelijks zijn ergernis kon verbergen als hij voor kleine zaken naar het parlement moest – wat door de oppositie als arrogant werd ervaren – en in een chatgesprek met huismoeders vijftien keer antwoord weigerde te geven op de vraag was zijn favoriete koekje was, wat een klein schandaal werd.

Dan de media. Anglo-Saksische landen staan bij voorbaat al om hun krantencultuur die wordt gekenmerkt door een rijke historie en veel invloed, en in Groot-Brittanië is dit niet anders. Naast de invloed en de historie is het belangrijk om te weten dat de krantencultuur genadeloos is. Van puur obectieve journalistiek is weinig te spreken, eerder van merkbare voorkeuren en een harde houding. De media kan in Groot-Brittanië politici maken of kraken. In het geval van Brown is het kraken. Wie de pers op zijn hand heeft kan de verkiezingen winnen, en wie de pers in het harnas jaagt mag zijn borst natmaken.

En zo komt het dat men meer aandacht heeft voor Browns trillende handen in het parlement en zijn versprekingen tijdens debatten (“wile we were trying to save the world, eh, save the banks“), dan zijn werk in de G20 en zijn hartstochtelijke betoog tijdens TEDGlobal over de grote uitdagingen van onze tijd. Tekenend is de reactie van de media op de bigotgate (waar Brown een Labour-stemmer “bigoted“, bekrompen noemde). Alle media pakten groots uit met artikelen, achtergronden van de stemmer in kwestie, heuse interviews en zelfs een paginagrote tijdlijn – terwijl het incident slechts twee minuten duurde.

De taaie Brown bleef strijden voor zijn zaak, en overleefde een economische crisis, een declaratieschandaal en een stuk of drie interne couppogingen. Dat neemt nog niet weg dat de erfenis van Blair een land in een slechte staat was, dat het karakter van Brown hemzelf imopulair maakte en dat de harde media hem de das omdeed. En zo komt het dat Gordon Brown op 11 mei 20101 waardig afscheid nam als partijleider van Labour en premier van Groot-Brittanië, na een roemruchte carriere. Wat zei de politieke veteraan Enoch Powell ook alweer? “All political lives, unless they are cut off in midstream at a happy juncture, end in failure, because that is the nature of politics and of human affairs.”

Dit artikel is opgemaakt uit diverse artikelen en berichten van buitenlandse media zoals The New York Times, The Times, The Guardian en de BBC, en binnenlandse media als de Volkskrant, het NRC Handelsblad en Welingelichte Kringen.

Tweede Kamerverkiezingen 2010: het traditionele moddergooien begint

Campagnes voor de Tweede Kamerverkiezingen komen op gang, en dat betekent dat het vertrouwde moddergooien is begonnen. D66 waarschuwt voor de vage keuzes en stilstand van het CDA en de PvdA. Het CDA  maakt studenten bang voor een coalitie van D66, PvdA en VVD. De PvdA sluit de PVV uit. De PVV noemt PvdA-leider Cohen een ‘theedrinkende multiculti-knuffelaar.’ GroenLinks waarschuwt voor het liberale gevaar van de VVD. De SP maakt verwijten naar de PvdA. De VVD waarschuwt voor de PvdA. De PvdA noemt de VVD kwakzalvers.

Kortom, men maakt elkaar als het even kan zwart, om te benadrukken dat de eigen partij de beste keuze is op negen juni. Maar wie scheidt de feiten van de fictie in dit verbale geweld? Hier ligt een mooie taak voor de journalistiek, en gelukkig wordt de handschoen opgepakt. Het NRC Handelsblad toetst de campagnes via haar blog Verdraaide Feiten, De Pers heeft een vaste rubriek in haar krant om leugens van waarheden te onderscheiden en weblog Sargasso introduceert de Moddermeter. Goed om te zien dat er dit soort initiatieven zijn, suggesties verkomen we graag in de comments!

De Publieke Omroep na de verkiezingen

Binnenkort is het weer tijd om de rode potloden te slijpen, de stemhokjes af te stoffen en vooral de gordijntjes niet vergeten op te hangen. Het is tijd om weer te gaan stemmen voor de Tweede Kamer. En daarmee wordt waarschijnlijk ook het beleid voor de komende jaren bepaald.

De partijen waarop iedereen kan stemmen publiceerden in de afgelopen weken allemaal boekwerken met daarin hun visie en hun doelen. Meestal stonden daarin, ver weg gestopt in een ogenschijnlijk onbelangrijke clausule de plannen die de desbetreffende partij had voor de media en vooral voor de Publieke Omroep.

De politieke partijen zijn, als het gaat om de Publieke Omroep in te delen in twee groepen. De eerste groep vind dat de Publieke Omroep moet worden ingedamd tot een kern van één of twee tv-zenders en een aantal radiozenders.

Op de agenda van hoop en optimisme bijvoorbeeld is de Publieke Omroep bijna niet terug te vinden. Het verkiezingsprogramma van de PVV spreekt afkeurend over de Nederlandse staatsomroep waar “avond aan avond linksmensen paraderen die door linkse omroepen worden uitgenodigd hun politiek-correcte meningen te debiteren.” Deze keer gaat het bij de PVV niet over het afhakken van rode neuzen van linkse journalisten maar over Boer zoekt Vrouw en Spoorloos die volgens de partij prima door SBS of RTL kunnen worden uitgezonden. Volgens de PVV kan de activiteit van de Publieke Omroep worden beperkt tot één televisiezender. Geen radiozenders en “wildgroei van websites van de staatsomroep moet ophouden, dat concurreert volop met kranten.” En die kranten zijn nu juist zo belangrijk volgens de PVV.

Verder vinden ook de VVD, GroenLinks en TON dat er televisiezenders van de Publieke Omroep kunnen verdwijnen. De VVD denkt dat twee televisiezenders en vier radiozenders voldoende zijn. TON gaat nog  verder, en vind één televisiezender en één radiozender genoeg. Uitleg ontbreekt in het verkiezingsprogramma van Trots op Nederland.

Opvallend in het rijtje is GroenLinks, die vind dat de Publieke Omroep met twee tv-zenders ook voldoet. Maar dat is niet nieuw, in voorgaande verkiezingsprogramma’s van de partij stond dat ook al. Daarnaast verdwijnen de profielen van de zenders en worden het dus twee algemene zenders, als we allemaal GroenLinks stemmen.

Vraag blijft hoe we met de vermindering van de zendtijd door Publieke Omroepen toch nog aan ieders behoefden te voldoen. Vooral de rechtsere partijen, die bijna allemaal vinden dat de Publieke Omroep meer rechts geluid moet laten horen vinden dat er zenders moeten verdwijnen. Maar hoe kan de Publieke Omroep met één tv-zender aan alle behoefden voldoen? Blijft vooralsnog onbeantwoord.

Dan is er dus ook nog een tweede groep. Hierin zitten de partijen die eigenlijk niks lijken te vinden over het publieke bestel en de partijen die de huidige omvang willen behouden. CDA en PvdA zijn de enige partijen die eigenlijk helemaal niks vinden en niks gaan veranderen aan de Publieke Omroep.

Andere partijen die willen dat de omvang van nu behouden blijft zijn D66, SP en ChristenUnie. Die partijen, en GroenLinks willen daarnaast meer geld voor documentaires. Maar omdat er ook flink bezuinigd moet worden, trekken zij de conclusies dat de omroeporkesten en Radio Nederland Wereldomroep (de Wereldomroep) voor een groot deel kunnen verdwijnen.

Geen van de verkiezingsprogramma’s gaat in op de problemen die de vele omroepen met zich meenemen, en zeker niet hoe ze dat willen oplossen, terwijl dat toch wel een prangende vraag is in omroepwereld. Zoals het er nu uit ziet gaat dit probleem ook de komende jaren niet worden opgelost. Niet door de politiek in ieder geval. Ook het aantal radio- en televisiezenders zullen de komende jaren waarschijnlijk niet veranderen.

Het is trouwens nog even wachten op de plannen van de nieuwe jongerenomroep ‘van’ BNN. Maar ik denk niet dat deze nieuwe partij veel zal sleutelen aan het omroepbestel.