De rol van de media in zaak Fred Spijkers

“Als jij hiermee naar buiten komt dan heb ik een onherroepelijk dodelijk wapen en ik zal het gebruiken ook”. Een regelrechte doodsbedreiging van staatssecetaris van Hoof. “Wat dacht U toen u deze woorden hoorde”, vraagt de presentator in de Nova uitzending van 18 oktober 2005.

Fred Spijkers ademt zwaar als hij antwoordt. De man vertelt dat hij dacht aan een feitelijke aanslag. Zoals eerder gebeurde. “Ik ben beschoten bij de Mc Donalds in Huis ter Heyde”. Emotioneel kijkt hij ons recht aan. Wetende dat hij in feite zijn eigen doodvonnis tekent. De staatsecetaris had hem gewaarschuwd. De klokkenluider die door onze Rijks Bedrijfsgezondheid en Bedrijfsveiligheidsdienst onterecht paranoïde en schizofreen verklaard is, klinkt ongeloofwaardig. Na het grote nieuws dat een klokkenluider is beschoten zwijgt de presentator. Je zou verwachten dat de presentator na deze onthulling zou doorvragen, het is nogal wat, maar nee. Ook de volgende dag geen koppen in de krant met “Aanslag op klokkenluider”.

Het was misschien Spijkers enige keuze om naar de media te gaan en de moordaanslag en de doodsbedreiging door de Staatssecretaris openbaar te maken. Mensen zullen hem kennen en zo zal hij veiliger zijn in de toekomst. Want eenmaal openbaar ben je sterker. Of juist niet?

Want als de media je verkeerd beschrijven ben je wellicht de pineut. Een man die gerechtigheid wil, wordt door de media neergezet als “die ridder die uiteindelijk nog meer geld wil zien”.

De controlerende macht als redmiddel”,  zal Spijkers hebben gedacht. Net als de politieke partijen die hij opzocht. Of die graag wilden scoren met zijn zaak. Maar het blijkt dat geen van die beschermende en controlerende machten hebben gewerkt. Kamervragen kwamen er, maar oplossingen kwamen er niet. Het ministerie van Defensie is sterker, slimmer dan de journalistiek en de Kamer bij elkaar.

Read More »

De Belgen komen er aan

De Vlaamse media en journalistiek krijgt een steeds belangrijkere rol in het Nederlandse medialandschap. Ex-Belg Peter Vandermeersch wil van NRC Handelsblad ‘de beste krant van Nederland’ maken, maar deze van oorsprong Belgische oud-hoofdredacteur van De Standaard is niet de enige Vlaamse invloed op de Nederlandse media. Het mediaconcern Persgroep van Christian van Thillo nam vorig jaar PCM over, en berucht Quizprogramma De Slimste Mens is ook in Nederland populair. Ook werd een filmpje van Basta over de horrorhelpdesk Mobistar heel wat keer bekeken. Trouwens: wie in een bloedheet hotel aan de Turkse Riviera zijn exclusieve lcd scherm aan zet loopt de kans om op BVN Nederlandse en Vlaamse programma’s op een zender tegen te komen. Kortom: de beide media zijn in elkaar verworven.

Volgens de VRT is er geen beleid voor Vlaamse media in Nederland

“Onze focus is eigenlijk puur op België gericht, maar we hebben wel al een lange traditie van samenwerking met de Nederlandse publieke omroep, Zo hebben we al fictie gecoproduceerd en zenden wij geregeld Nederlandse fictiereeksen uit en de Nederlandse omroepen ook Vlaamse. Ook een reeks als Beagle was een coproductie tussen VPRO en Canvas. We doen dit in de eerste plaats om de kosten te delen van dure projecten, niet zozeer vanuit een strategie om de Nederlandse markt te veroveren.”

Het aloude plan van het samenvoegen van Nederland en Vlaanderen gaat waarschijnlijk nooit gebeuren. Maar de media is daarentegen een punt waar we dus wel degelijk een gemeenschappelijk iets delen. De samenwerkingen, overnames en aanstellingen van Belgen in de Nederlandse media is een goede start voor iets groters. Het is tijd voor een Vlaams-Nederlandse televisiezender of krant, een stem die zorgt voor verbroedering en misschien een eerste stap naar een verenigd Vlaams-Nederland is. Iemand misschien het telefoonnummer van Christian van Thillo?

De opkomst en de ondergang van Gordon Brown, en de rol van de media hierin

De Britse politicus Gordon Brown heeft een heftige politieke carrière gekend, met veel hoogte- en dieptepunten. Wat de rol van de media hierin? Brown is geboren in Schotland, en werd in zijn studententijd al gekenmerkt als een briljante leerling. Na een tijd gewerkt te hebben als journalist bij Scottish Television, ging hij de politiek in. In 1983 ging hij het Lagerhuis in voor Labour, en in 1994 deed hij na de dood van partijleider John Smith een poging om het leidersschap te veroveren. Dit mislukte doordat de jonge Tony Blair hiermee aan de haal ging. Deze gebeurtenis leidde het begin van een lange interne strijd tussen Blair en Brown in.

Langzamerhand ging het beter met de oppositiepartij Labour en ze hervonden zichzelf tijdens de regeerperiode van de Conservatieven, de traditionele tegenhanger van Labour. Het verhaal gaat dat in het restaurant Granita in Islington besloten werd over het leiderschap van het land. Als Blair premier zou worden, zou hij Brown benoemen tot Chancellor of Exchequer, als hij Blair tenminste niet zou aanvallen tijdens de campagne. De Chancellor of Exchequer is de Minister van Financiën in het Britse Kabinet, en als vanouds een van de belangrijkste posities die er beschikbaar zijn. En zo geschiedde. In 1997 behaalde Labour een monsterzege bij de verkiezingen. De slogan New Labour, New Britain ging de hele wereld over en men danste van vreugde op de straten.

Na zijn eerste regeerperiode won de charismatische Blair ook de volgende verkiezingen. Na de tweede regeerperiode won hij weer de verkiezingen, nu echter met een veel minder goed resultaat. Blairs politieke houdbaarheid liep ten einde, en Brown was nog altijd sterk aanwezig op de achtergrond en belust op het leiderschap. Na tien jaar – halverwege de derde regeerperiode – stopte Blair, en gaf hij dan eindelijk het stokje over aan de scherpzinnige Schot. Belangrijk is dat Brown premier werd zónder verkiezingen. Vanaf dit moment werd het pas echter interessant. In drie jaar tijd viel de kersverse premier hard van zijn voetstuk, terwijl hij de functie zo graag wilde. Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

Om die vraag te kunnen beantwoorden kunnen er drie oorzaken worden aangewezen. Ten eerste de erfenis van Blair, de persoon Brown en de media in Groot-Britannië. Eerst de erfenis.Toen Blair premier werd was het optimisme overal te zoeken. Alles was mogelijk, en Groot-Britannië zou de mooiste plek worden om te wonen en werken. Toen Brown echter premier werd zat het land  opgescheept met een enorm begrotingstekort, oorlogen in Irak en Aghanistan, en een tanend vertrouwen van de burgers in de politiek. Bovendien was Labour de afgelopen tien jaar de regerende partij geweest. Om met deze erfenis te moeten regeren is een ontzagwekkende uitdaging.

Dan de persoon Brown. De man die werd gekenmerkt door Jeremy Clarke als “Schotse eenoog“ – na een ongeval bij rugby werd Brown aan zijn linkeroog blind, en zijn rechteroog beschadigd – staat bekend om zijn grote intelligentie. Door vriend en vijand wordt hij geroemd om zijn dossierkennis. Hij eist veel van zichzelf en de mensen met wie hij werkt. Bovendien heeft hij echt hart voor de zaak – hij geloofd wat hij uitdraagt. Verder staat Brown bekend om zijn norse en weerbarstige karakter, wat hem weinig sympathiek maakt, maar wel een geliefd onderwerp voor talloze satirische cartoons.

De combinatie van intelligentie en norsheid resulteert in een zichtbare ergernis van Brown om dingen te doen die hij als nutteloos ervaart. Zo komt het dat Brown aan de ene kant internationale lof kreeg voor zijn aanpak van de economische crisis en volgens Times een van honderd invloedrijkste mensen op aarde was, terwijl hij aan de andere kant nauwelijks zijn ergernis kon verbergen als hij voor kleine zaken naar het parlement moest – wat door de oppositie als arrogant werd ervaren – en in een chatgesprek met huismoeders vijftien keer antwoord weigerde te geven op de vraag was zijn favoriete koekje was, wat een klein schandaal werd.

Dan de media. Anglo-Saksische landen staan bij voorbaat al om hun krantencultuur die wordt gekenmerkt door een rijke historie en veel invloed, en in Groot-Brittanië is dit niet anders. Naast de invloed en de historie is het belangrijk om te weten dat de krantencultuur genadeloos is. Van puur obectieve journalistiek is weinig te spreken, eerder van merkbare voorkeuren en een harde houding. De media kan in Groot-Brittanië politici maken of kraken. In het geval van Brown is het kraken. Wie de pers op zijn hand heeft kan de verkiezingen winnen, en wie de pers in het harnas jaagt mag zijn borst natmaken.

En zo komt het dat men meer aandacht heeft voor Browns trillende handen in het parlement en zijn versprekingen tijdens debatten (“wile we were trying to save the world, eh, save the banks“), dan zijn werk in de G20 en zijn hartstochtelijke betoog tijdens TEDGlobal over de grote uitdagingen van onze tijd. Tekenend is de reactie van de media op de bigotgate (waar Brown een Labour-stemmer “bigoted“, bekrompen noemde). Alle media pakten groots uit met artikelen, achtergronden van de stemmer in kwestie, heuse interviews en zelfs een paginagrote tijdlijn – terwijl het incident slechts twee minuten duurde.

De taaie Brown bleef strijden voor zijn zaak, en overleefde een economische crisis, een declaratieschandaal en een stuk of drie interne couppogingen. Dat neemt nog niet weg dat de erfenis van Blair een land in een slechte staat was, dat het karakter van Brown hemzelf imopulair maakte en dat de harde media hem de das omdeed. En zo komt het dat Gordon Brown op 11 mei 20101 waardig afscheid nam als partijleider van Labour en premier van Groot-Brittanië, na een roemruchte carriere. Wat zei de politieke veteraan Enoch Powell ook alweer? “All political lives, unless they are cut off in midstream at a happy juncture, end in failure, because that is the nature of politics and of human affairs.”

Dit artikel is opgemaakt uit diverse artikelen en berichten van buitenlandse media zoals The New York Times, The Times, The Guardian en de BBC, en binnenlandse media als de Volkskrant, het NRC Handelsblad en Welingelichte Kringen.

Tweede Kamerverkiezingen 2010: het traditionele moddergooien begint

Campagnes voor de Tweede Kamerverkiezingen komen op gang, en dat betekent dat het vertrouwde moddergooien is begonnen. D66 waarschuwt voor de vage keuzes en stilstand van het CDA en de PvdA. Het CDA  maakt studenten bang voor een coalitie van D66, PvdA en VVD. De PvdA sluit de PVV uit. De PVV noemt PvdA-leider Cohen een ‘theedrinkende multiculti-knuffelaar.’ GroenLinks waarschuwt voor het liberale gevaar van de VVD. De SP maakt verwijten naar de PvdA. De VVD waarschuwt voor de PvdA. De PvdA noemt de VVD kwakzalvers.

Kortom, men maakt elkaar als het even kan zwart, om te benadrukken dat de eigen partij de beste keuze is op negen juni. Maar wie scheidt de feiten van de fictie in dit verbale geweld? Hier ligt een mooie taak voor de journalistiek, en gelukkig wordt de handschoen opgepakt. Het NRC Handelsblad toetst de campagnes via haar blog Verdraaide Feiten, De Pers heeft een vaste rubriek in haar krant om leugens van waarheden te onderscheiden en weblog Sargasso introduceert de Moddermeter. Goed om te zien dat er dit soort initiatieven zijn, suggesties verkomen we graag in de comments!

Zo makkelijk is het maken van een TV nieuws item, volgens Newswipe

Het programma Newswipe op BBC Four belicht alle kanten van de Engelse nieuwsmedia. Hoe de media berichten over de financiële crisis, en waarom de Engelse tabloids de eeuwige roddels zo interessant blijven vinden. Ook het standaard format voor het een nieuwsitem waarbij toevallige voorbijgangers hun hart kunnen luchten, en de cameraman aan het einde van het item de camera heel typisch langzaam wegdraait en inzoomt op een object blijft niet ongedeerd.