Enkele jaren geleden werd het Nieuwe Werken onthaald als hip alternatief voor de manier waarop er over het algemeen wordt gewerkt. Omarmd door Microsoft en IBM, besproken op congressen en beschreven in boeken. Het enthousiasme was groot en de voordelen klonken aanlokkelijk. Toch is er niet een echte omwenteling merkbaar geweest in onze manier van werken en hebben we het ideaalbeeld van een flexibele en innovatieve bedrijfscultuur nog niet bereikt. Wat is de traditionele manier waarop er in Nederland wordt gewerkt, wat is het Nieuwe Werken en hoe zal dit laatste concept zich verder ontwikkelen?
De traditionele manier – zeg gerust werken 1.0 – wordt gekenmerkt door een sterke hiërarchie in de organisatie en starheid in plaats van flexibiliteit. Het organogram is verticaal en de organisatie is top-down, wat inhoudt dat de taken worden bedacht in de top van de organisatie. Het Nieuwe Werken – zeg maar gerust werken 2.0 – breekt met deze ouderwetse benadering. Dit wordt gekenmerkt door minder hiërarchie en flexibiliteit in plaats van starheid. Het organigram is horizontaler dan gewend en de organisatie is bottom-up, wat inhoudt dat er veel input vanuit de onderkant van de organisatie wordt doorgegeven naar de top.
In dit concept kunnen werknemers zoveel mogelijk plaats- en tijdsonafhankelijk werken. Hierdoor wordt de werknemer productiever, wordt onnodig reizen geminimaliseerd en is er een betere work-life balance. Dit wordt ondersteund door het gebruik van technologie zoals conference calling, social media en virtual workspaces. Een belangrijk onderdeel van deze filosofie is ook de werkomgeving van het bedrijf zelf. De kantoren veranderen in flexibele gebouwen zonder vaste werkplekken, met een koffiebar, gedeelde secretaresses en hippe meubelen in felle kleuren.
De reden dat het Nieuwe Werken nog niet is ingevoerd komt door de werkende generatie zelf. Veel mensen vinden het lastig om thuis te werken, willen het liefst een eigen werkplek met vaste collega’s en een foto van de kinderen op het bureau, gruwelen van een idee van een gedeelde secretaresse, kunnen niet goed overweg met de eindeloze toepassingsmogelijkheden van nieuwe technologie of vinden zijn gewoon gewend aan de manier waarop ze altijd al hebben gewerkt.
Het gezegde luidt echter dat alles wat goed is, langzaam komt. De verandering neemt dus haar tijd, maar is onontkoombaar. De toekomst ligt nog helemaal open. Ik ben ervan overtuigd dat de huidige generatie die over enkele jaren haar eerste stappen op de werkvloer zet, het transitieproces van werken 1.0 naar werken 2.0 zal versnellen. Puur omdat zij opgegroeid zijn met nieuwe technologie, behoefte hebben aan onafhankelijkheid en goed gedijen in flexibiliteit. Dan komt het innovatieve karakter van de economie naar boven, en zal het Nieuwe Werken vaste grond vinden.
