De Britse politicus Gordon Brown heeft een heftige politieke carrière gekend, met veel hoogte- en dieptepunten. Wat de rol van de media hierin? Brown is geboren in Schotland, en werd in zijn studententijd al gekenmerkt als een briljante leerling. Na een tijd gewerkt te hebben als journalist bij Scottish Television, ging hij de politiek in. In 1983 ging hij het Lagerhuis in voor Labour, en in 1994 deed hij na de dood van partijleider John Smith een poging om het leidersschap te veroveren. Dit mislukte doordat de jonge Tony Blair hiermee aan de haal ging. Deze gebeurtenis leidde het begin van een lange interne strijd tussen Blair en Brown in.
Langzamerhand ging het beter met de oppositiepartij Labour en ze hervonden zichzelf tijdens de regeerperiode van de Conservatieven, de traditionele tegenhanger van Labour. Het verhaal gaat dat in het restaurant Granita in Islington besloten werd over het leiderschap van het land. Als Blair premier zou worden, zou hij Brown benoemen tot Chancellor of Exchequer, als hij Blair tenminste niet zou aanvallen tijdens de campagne. De Chancellor of Exchequer is de Minister van Financiën in het Britse Kabinet, en als vanouds een van de belangrijkste posities die er beschikbaar zijn. En zo geschiedde. In 1997 behaalde Labour een monsterzege bij de verkiezingen. De slogan New Labour, New Britain ging de hele wereld over en men danste van vreugde op de straten.
Na zijn eerste regeerperiode won de charismatische Blair ook de volgende verkiezingen. Na de tweede regeerperiode won hij weer de verkiezingen, nu echter met een veel minder goed resultaat. Blairs politieke houdbaarheid liep ten einde, en Brown was nog altijd sterk aanwezig op de achtergrond en belust op het leiderschap. Na tien jaar – halverwege de derde regeerperiode – stopte Blair, en gaf hij dan eindelijk het stokje over aan de scherpzinnige Schot. Belangrijk is dat Brown premier werd zónder verkiezingen. Vanaf dit moment werd het pas echter interessant. In drie jaar tijd viel de kersverse premier hard van zijn voetstuk, terwijl hij de functie zo graag wilde. Hoe heeft dit kunnen gebeuren?
Om die vraag te kunnen beantwoorden kunnen er drie oorzaken worden aangewezen. Ten eerste de erfenis van Blair, de persoon Brown en de media in Groot-Britannië. Eerst de erfenis.Toen Blair premier werd was het optimisme overal te zoeken. Alles was mogelijk, en Groot-Britannië zou de mooiste plek worden om te wonen en werken. Toen Brown echter premier werd zat het land opgescheept met een enorm begrotingstekort, oorlogen in Irak en Aghanistan, en een tanend vertrouwen van de burgers in de politiek. Bovendien was Labour de afgelopen tien jaar de regerende partij geweest. Om met deze erfenis te moeten regeren is een ontzagwekkende uitdaging.
Dan de persoon Brown. De man die werd gekenmerkt door Jeremy Clarke als “Schotse eenoog“ – na een ongeval bij rugby werd Brown aan zijn linkeroog blind, en zijn rechteroog beschadigd – staat bekend om zijn grote intelligentie. Door vriend en vijand wordt hij geroemd om zijn dossierkennis. Hij eist veel van zichzelf en de mensen met wie hij werkt. Bovendien heeft hij echt hart voor de zaak – hij geloofd wat hij uitdraagt. Verder staat Brown bekend om zijn norse en weerbarstige karakter, wat hem weinig sympathiek maakt, maar wel een geliefd onderwerp voor talloze satirische cartoons.
De combinatie van intelligentie en norsheid resulteert in een zichtbare ergernis van Brown om dingen te doen die hij als nutteloos ervaart. Zo komt het dat Brown aan de ene kant internationale lof kreeg voor zijn aanpak van de economische crisis en volgens Times een van honderd invloedrijkste mensen op aarde was, terwijl hij aan de andere kant nauwelijks zijn ergernis kon verbergen als hij voor kleine zaken naar het parlement moest – wat door de oppositie als arrogant werd ervaren – en in een chatgesprek met huismoeders vijftien keer antwoord weigerde te geven op de vraag was zijn favoriete koekje was, wat een klein schandaal werd.
Dan de media. Anglo-Saksische landen staan bij voorbaat al om hun krantencultuur die wordt gekenmerkt door een rijke historie en veel invloed, en in Groot-Brittanië is dit niet anders. Naast de invloed en de historie is het belangrijk om te weten dat de krantencultuur genadeloos is. Van puur obectieve journalistiek is weinig te spreken, eerder van merkbare voorkeuren en een harde houding. De media kan in Groot-Brittanië politici maken of kraken. In het geval van Brown is het kraken. Wie de pers op zijn hand heeft kan de verkiezingen winnen, en wie de pers in het harnas jaagt mag zijn borst natmaken.
En zo komt het dat men meer aandacht heeft voor Browns trillende handen in het parlement en zijn versprekingen tijdens debatten (“wile we were trying to save the world, eh, save the banks“), dan zijn werk in de G20 en zijn hartstochtelijke betoog tijdens TEDGlobal over de grote uitdagingen van onze tijd. Tekenend is de reactie van de media op de bigotgate (waar Brown een Labour-stemmer “bigoted“, bekrompen noemde). Alle media pakten groots uit met artikelen, achtergronden van de stemmer in kwestie, heuse interviews en zelfs een paginagrote tijdlijn – terwijl het incident slechts twee minuten duurde.
De taaie Brown bleef strijden voor zijn zaak, en overleefde een economische crisis, een declaratieschandaal en een stuk of drie interne couppogingen. Dat neemt nog niet weg dat de erfenis van Blair een land in een slechte staat was, dat het karakter van Brown hemzelf imopulair maakte en dat de harde media hem de das omdeed. En zo komt het dat Gordon Brown op 11 mei 20101 waardig afscheid nam als partijleider van Labour en premier van Groot-Brittanië, na een roemruchte carriere. Wat zei de politieke veteraan Enoch Powell ook alweer? “All political lives, unless they are cut off in midstream at a happy juncture, end in failure, because that is the nature of politics and of human affairs.”
Dit artikel is opgemaakt uit diverse artikelen en berichten van buitenlandse media zoals The New York Times, The Times, The Guardian en de BBC, en binnenlandse media als de Volkskrant, het NRC Handelsblad en Welingelichte Kringen.
