Het CDA heeft een sterke campagne nodig om te overleven

Met nog zeventwintig dagen te gaan loopt de spanning voor de Tweede Kamerverkiezingen op 9 juni 2010 op. Zeker op het partijbureau van het CDA. Daar begon de campagne al niet zo goed, toen het vertrouwen in de premier en CDA-lijsttrekker Jan Peter Balkenende op een historisch dieptepunt was. Uit enquetes en peilingen blijkt dat de kiezers  de prestaties van zijn laatste kabinet beoordelen als belabberd, en de oppositie verwijt de weinig charismatische leider een gebrek aan leiderschap. Niet ideaal om mee te starten.

Vervolgens brengt de CDA-minister Gerda Verburg een magazine uit, ter ere van het 75-jarig bestaan van het ministerie van Landbouw, Visserij en Natuurbeheer. Toen echter bleek dat dit een 400.000 euro kostende luxe glossy werd met de naam ‘GERDA’ – inclusief grote foto van de minister met zweepje op de cover – schoot dit velen in het verkeerde keelgat. Na een spoeddebat nam de Tweede Kamer een motie van treurnis aan. Ook buiten de Kamer reageerde men verontwaardigd.

En dan blijkt dat de CDA-staatssecretaris van Defensie Jack de Vries maandenlang een buitenechtelijke verhouding had met een ondergeschikte, blonde adjudante. En dat terwijl het CDA de partij is van christelijke normen en waarden, waar het gezin de hoeksteen van de samenleving is. Zijn vrouw heeft hem het huis uit gezet. Hier komt nog bij dat De Vries de belangrijkste spindocter van zijn partij is. Hij doet nu een stap terug in de campagne.

Tel dit bij elkaar op, voeg er de niet zo florissante peilingen aan toe – derde achter de PvdA en VVD, het zetelaantal schommelt rond de 25 zetels – en de partij moet hard aan de bak om het beeld te kantelen. En dan red je het niet alleen met kleurplaten. Schrijf de christen-democraten echter niet te snel af. In het verleden hebben ze bewezen dat ze campagnes kunnen voeren en verkiezingen kunnen winnen. Mocht dit echter niet lukken, dan hebben bovengeschreven punten zeker een rol gespeeld.