Volkskrant 90 jaar, maar haalt het ook de 100?

“Als ik een conclusie mag trekken zou ik zeggen dat de Volkskrant springlevend is” zei Philip Freriks gisteren bij de boekpresentatie en borrel ter ere van 90 jaar Volkskrant. Vanuit de zaal keken rond de honderd 60 plussers hem gerustgesteld aan. Het korte oproepje op de voorpagina van de zaterdagkrant leverde 70% grijze lezers op, 29% Volkskrant journalisten, vier studenten en ik. De vragen die de gasten op het podium voor hun kiezen kregen waren dan ook in de trein vanuit Zuid-Laren, Kampen of Purmerend zorgvuldig op papiertjes geschreven, en moest en zouden gesteld worden op de bijeenkomst.

“Ja, hallo, mevrouw Janssen hier uit Bennebroek. 60 jaar lid. Ik wilde graag melden dat ik mijn zaterdageditie nu toch wel erg dik vind worden. U moet weten, dat was vroeger wel anders.”

De onderwerpen die op het podium behandeld werden gingen dan ook allemaal over vroeger. Hoe het ooit was ‘bij de krant’. Aan het publiek in de zaal kon je perfect aflezen hoe de krant er vandaag de dag voor staat en wie zijn lezers zijn.

“Ik denk altijd aan mijn moeder als ik een artikel voor de krant schrijf.”

Aldus de chefs van de Haagse redactie, binnenland en het katern V. De krant die druk bezig is jong Nederland te bereiken richt zich niet op nieuwe aanwas, maar op de moeders van ons land. Ik vraag me af hoe het er over 10 jaar uit ziet, als de Volkskrant zijn 100ste verjaardag viert. De krant is dan allang geen statige meneer meer, maar een bejaarde opa.

Slaperige forenzen en simpele krantenkoppen: de theorie achter internationale organisaties

Een koude woensdagmorgen kust voorzichtig de wereld wakker, terwijl het in mysterieuze mist gehulde landschap voorbij schiet vanachter de beslagen vensters in de betrekkelijk rustige treincoupé. De slaperige forenzen, die op het kruispunt van verlangen naar een warm bed en nieuwsgierig naar een nieuwe dag staan, bladeren rustig door de ochtendkranten. Een vlugge blik leert ons dat de NAVO verwikkeld is in een complexe situatie in Libië, waar de warme klanken van de revolutie door de straten van Tripoli rollen. De VN daarentegen kampt met een geheel ander probleem: Israel en Palestina bepalen in hoge mate de agenda door een conflict van decennia oud nieuw leven in te blazen. Ondertussen koprolt het IMF van persconferentie naar persconferentie, in een ultieme poging om het economische geweld van de Europese schuldencrisis te bezweren.

De week van de vleeswaren? Eerder de week van de internationale instituties. De reeks nieuwsberichten –  waarin afkortingen prominenter aanwezig zijn dan het water in het Rapenburg – zijn in feite incidenten in een meer abstracte ontwikkeling: internationale instituties spelen een steeds grotere rol in de politieke en economische realiteit. Inherent aan dit gegeven is de probleemstelling waarom soevereine staten deze internationale instituties creëren. In abstracto zijn er immers talloze elementen op dit gegeven af te dingen, zoals de effectiviteit van deze instituties en de vraag waarom staten soevereiniteit afstaan in een globaliserende wereld waarin soevereiniteit steeds zeldzamer dreigt te worden. In dit essay wil ik dieper ingaan op de vraag waarom soevereine staten internationale instituties creëren. Middels twee prominente theoretische perspectieven, namelijk het realisme en liberalisme, probeer ik een antwoord de formuleren op deze vraag en kijk ik welke theorie het meest overtuigend is.

De eerste theorie is het realisme. Dit denkbeeld gaat ervan uit de mens van nature een slechte kern heeft – denk bijvoorbeeld aan egoïsme en jaloezie – en dat dit onveranderbaar is. Het doel van de staat is overleven en macht, dit laatste bepaald hoe een staat zich gedraagt. Buiten de staat heerst er anarchie omdat er geen overkoepelende organisatie c.q. ordenend principe is, waardoor de staat is aangewezen op zichzelf – dit heet selfhelp. In het realisme is de staat één geheel, men kijkt dus niet naar interne zaken. Dit komt vanwege het idee dat het niet uitmaakt wie er aan de macht is: ieder handelt uiteindelijk toch vanuit het belang van de staat en die blijft altijd hetzelfde.  Het veiligheidsdilemma wordt opgelost middels een machtsevenwicht waarbij er een bipolaire situatie is, uitgaande van twee machtsblokken die elkaar in evenwicht houden. Het is duidelijk dat het doel van het realisme het verklaren van de internationale betrekkingen is.

De tweede theorie is het liberalisme. Deze visie gelooft net zoals het realisme dat de mens van nature een slechte kern heeft, maar dat dit wel verholpen kan worden door middel van socialisatie en educatie. Het doel van de staat kenmerkt zich door begrippen als vrede, veiligheid en internationaal recht, en de natuur van het bestuur – democratieën versus dictaturen – bepalen het gedraag van een staat. Ook het liberalisme gelooft in een anarchistische wereld, dit kan echter worden opgelost via internationale instituties zoals de Europese Unie. Er wordt in deze theorie wel degelijk gekeken naar de interne huishouding van een staat zoals leiders en staatsvorm. Het veiligheidsdilemma wordt opgelost via de verspreiding van democratie en het instellen van internationale instituties. Het is dan ook niet gek dat deze theorie met name voorspellend is omtrent hoe de wereld in elkaar zou moeten steken.

Het intrigerende is dat wat betreft internationale instituties beide theorieën sterk uiteenlopen. De realisten in de leer der internationale betrekkingen geloven dat soevereine staten alleen zullen samenwerkingen als men er voordeel bij heeft, het eigenbelang staat voorop. Zodra dit niet meer geldt houdt de samenwerking acuut op en in de praktijk zien realisten geen heil in internationale instituties, of zoals Donnely omschrijft: “Institutions (…) can usually be ignored because they rarely exert a significant influence on the interests or interactions of states in anarchy.”  De liberalen daarentegen geloven juist in internationale instituties omdat volgens hen alle actoren daar baat bij kunnen hebben en dit het idealistische toekomstbeeld dichterbij brengt. Internationale instituties kunnen ordenende principes in de anarchistische internationale betrekkingen zijn en bijvoorbeeld veiligheid, vrede, democratie en recht verspreiden.

Volgens het realisme creëren soevereine staten internationale instituties omdat ze daar op de korte termijn baat bij hebben en volgens het liberalisme gedragen staten zich zo omdat dit op de lange termijn voor iedereen gunstig is. Wie heeft er gelijk? Deze retorische vraag is lastig te beantwoorden en voortdurend onderwerp van debat in de internationale betrekkingen. De Europese Unie is in deze context een belangrijk verhaal, omdat dit in feite een uniek project in de wereldgeschiedenis is waarbij staten vrijwillig soevereiniteit afstaan aan een supranationale organisatie, en dit voor decennia ongelofelijk goed heeft gewerkt: de EU heeft het Europese continent vrede en welvaart gebracht. Voor liberalen is dit dus een prachtig argument om hun theorie kracht bij te zetten. Ondanks het zware weer waarin de EU verkeert hebben de liberalen mijn inziens gelijk. Ik ben benieuwd of er slaperige forenzen in de trein zitten die beseffen welke omvangrijke theorieën er achter de simpele krantenkoppen zitten!

Links versus rechts: over begrippen en onbegrip

Foto Bas Bogers

Vorige week stond er op dit weblog een stuk getiteld Stekkerblokken en ondefinieerbare begrippen: de klassieke links-rechts tegenstelling in perspectief. Daarin beweert Tycho met grote stelligheid dat de tegenstelling links-rechts achterhaald is. Daarnaast propageert de gezworen D66’er nog maar eens het evangelie van zijn eigen partij, als je dan toch bezig bent… De begrippen zouden, zo vind de schrijver, door nieuwe ontwikkelingen in de politiek achterhaald geraakt; ze zijn anachronistisch geworden – over begrippen gesproken. Zo is de hypotheekrenteaftrek, naast een afgrijselijk woord, een grove overheidsinmenging in de huizenmarkt. Iets waar rechts tegen zou moeten zijn, als je de oude begrippen gebruikt. En wat denk je? Rechts is voor!

Wie zich heel letterlijk laat leiden door de ‘oude’ tegenstelling tussen links en rechts komt inderdaad tot de conclusie dat links voor en rechts tegen de overheid is – of tegen en voor de markt, dat hangt er maar vanaf. Dan kan rechts nooit voor de hypotheekrenteaftrek zijn. De politiek is echter altijd een stuk complexer geweest. Zo ook de tegenstelling tussen links en rechts. Toch hypotheekrenteaftrek is een typisch rechtse maatregel: een enorm belastingvoordeel voor de rijken. En hier zijn we weer terug bij de klassieke, Franse oorsprong van de begrippen. Het is een tegenstelling tussen de gevestigde orde en zij die de macht, rijkdom en kennis eerlijker willen verdelen. Dat is de betekenis van links en rechts, anno nu.

Wie de tegenstelling zo definieert merkt dat hij opeens wel klopt: De PVV, de SP, GroenLinks en zelf D66 krijgen een mooi plekje in het landschap. En die partijen leverden zo nu en dan, bij de een vaker dan de ander, problemen op in de ‘klassieke’ tegenstelling. De PVV is rechts, ze strijd voor de belangen van de gevestigde culturele orde evenals de gevestigde orde op de arbeidsmarkt. Hoewel de SP cultureel voor iets meer openheid is staan ook zij pal voor de gevestigde belangen op de arbeidsmarkt. GroenLinks kiest voor – naast de toekomst – het openbreken van de arbeidsmarkt, het milieubeleid, de zorg en het onderwijs om op elke plek een meer democratische organisatie af te dwingen en zo groepen die nu buiten de boot vallen meer kansen te geven. Minder regels, veel kansen. D66 wil eveneens groepen die erbuiten vallen meer ruimte geven maar eist daarbij meer eigen verantwoordelijkheid, meer markt, bijvoorbeeld in de zorg.

Lees meer »

Stekkerblokken en ondefinieerbare begrippen: de klassieke links-rechts tegenstelling in perspectief

Wat hebben discussies over poedels en kleuters, eindeloze grappen over de Sahara en voorbeelden met stekkerblokken te maken met de nationale politiek van Nederland? Het antwoord is de Algemene Politieke Beschouwingen. Dit jaarlijkse politieke toneel wordt traditiegetrouw na Prinsjesdag opgevoerd. Fractievoorzitters gaan met elkaar en de minister-president in debat, en als we de kranten mogen geloven kunnen we een grote botsing verwachten tussen de rechtse coalitie en de linkse oppositie. De vraag is echter of het terecht is om in deze bewoordingen te spreken over deze discrepantie. Zijn ‘links’ en ‘rechts’ niet lang vervlogen begrippen? Mijn inziens klopt dit inzicht. De belangrijkste tegenstelling die Nederlandse partijen en kiezers verdeelt is niet de tegenstelling tussen links en rechts.Een begrip zonder geschiedenis is als een mens zonder geheugen – voor een zuivere discussie is het van belang om te beseffen hoe de begrippen links en rechts ooit zijn ontstaan. Het verhaal gaat terug naar de roerige Franse geschiedenis van eeuwen geleden, waar de Assémblee Nationale het trotse volk vertegenwoordigd. Tijdens een stemming op 11 september 1789 zaten degenen die de machtspositie van de koning intact wilden houden, de geestelijkheid en hoge adel, rechts van de voorzitter. De tegenstanders die het ambt van de koning wilden vernieuwen, de burgers, zaten juist links. Deze fysieke scheiding van links en rechts symboliseerde de klassieke tegenstelling – hoeveel invloed timmermannen op ons publiek debat kunnen hebben is verbazingwekkend.

Terug naar de Nederlandse polder, waar de frisse wind van verandering door het partijpolitieke stelsel waait. Ook in de vierkante meter van Den Haag werd tijdelijk de klassieke tegenstelling visueel benadrukt: de Sociaal Democratische Arbeiders Partij nam links van de voorzitter plaats, terwijl de Anti Revolutionaire Partij met confessioneel bloed in haar politieke aderen rechts van de voorzitter zat. Een hele rits veranderingen volgden elkaar op. Niet alleen veranderde de vergaderzaal van de Tweede Kamer als Neerlands politieke arena van samenstelling en vorm, de pragmatische partij D66 zorgde na haar oprichting in 1966 voor een politieke aardverschuiving en proclameerde dat ideologieën voorbij waren. De Paarse jaren, waar de rechtse VVD en de linkse PvdA samen regeerden met D66 als politiek smeermiddel, spraken boekdelen.

En terwijl de nieuwe partijen als kinderen op een schoolplein over elkaar heen buitelen, politici het parlement even snel verlaten als een forens de stoptrein naar Amsterdam en politieke ideeën even vluchtig veranderen als de richting van dansende herfstbladeren in de wind, gebruiken kiezers desondanks al tientallen jaren de links-rechts tegenstelling. Zo is er een onderzoek bekend waaruit blijkt dat 98% van de kiezers zichzelf een plaats kan geven in de links-rechts tegenstelling. Uit het Nationaal Kiezersonderzoek blijkt dat 30% van de kiezers zich als links identificeert, en 30% als rechts. Ergo: dit model heeft absoluut nog niet aan betekenis en belang verloren. Is dit terecht? Nee, want de begrippen zijn niet te definiëren.

Lees meer »

Vrij Nederland duidt het internet in de ‘VN Mediagids’

Opinietijdschrift Vrij Nederland gaat in oktober vier keer een mediagids bij zijn magazine toevoegen, zo schrijft hoofdredacteur Frits van Exter op de website van het blad. De mediagids zal naast columns ‘de beste bronnen bij het nieuws’ gaan leveren. Kortom: opvallende documentaires, fotoseries en andere actuele media die je niet mag missen op het internet.

De redactie verwijst niet simpelweg, maar selecteert en recenseert de bronnen, zodat de lezer snel zijn voorkeur kan bepalen. Zo treed VN op als een ‘curator’ op het internet, een papieren Nalden.net, maar dan voor actueel nieuws.

Op de website van Vrij Nederland worden de lezers opgeroepen interessante tips door te geven. Maar, zitten we wel te wachten op een papieren blad dat ons verwijst naar de dingen die op internet gebeuren? Waarom worden de ingestuurde gouden tips van lezers niet gewoon meteen op de website gepubliceerd? En is een tweet of blogpost nog wel actueel op het moment dat Vrij Nederland aan het einde van de week op de deurmat valt? Ik zie mezelf trouwens al achter de computer de links uit de mediagids overtypen in de browser.

Nrc.next bedacht hetzelfde concept al eerder, en voerde het uit in de vorm van een succesvolle weblog. Zij berichten al ruim een jaar elke dag over de beste bronnen voor actualiteiten op het internet. Al met al is de gedachte van Vrij Nederland een goede gedachte, maar waarom in hemelsnaam op achterhaalde dode bomen?