Framing is de techniek die eruit bestaat om woorden en beelden zo te kiezen dat ze bepaalde gevoelens en veronderstellingen oproepen, om zo de publieke opinie te beinvloeden. Jan Kuitenbrouwer, de schrijver van ‘De woorden van Wilders’, wist het in het NRC Handelsblad van 15 mei 2010 mooi te verwoorden: ‘Frames zijn mentale constructies die bepalen hoe we de wereld zien, [...]. Frames zijn onzichtbaar. Ze zijn onderdeel van ons cognitieve onderbewuste, structuren in ons brein die we niet bewust kunnen activeren, maar die we kennen door wat ze teweegbrengen.’
Sinds de jaren negentig speelt framing een belangrijke rol in de politiek en de Amerikanen blinken erin uit. De Republikeinen doopten de successiebelasting succesvol om in ‘death tax’ en gaven een onderwijswet de naam ‘Happy Children’s Act’ – probeer daar maar als Democraat in de media respectievelijk voor en tegen te zijn. Een ander tekenend voorbeeld is de president Richard Nixon die wanhopig probeerde het Amerikaanse volk van zijn integriteit te overtuigen met de beroemde zin ‘I’m not a crook.’ Dit had een averechts effect: door te ontkennen dat hij een crook was werd hij automatisch hiermee geassocieerd.
In Nederland is framing veel minder aanwezig, maar begint het langzaamaan steeds gebruikelijker te worden. Een aantal voorbeelden: de CDA’er Balkenende zei tegen de PvdA’er Bos in een verkiezingsdebat in 2006: ‘U draait en u bent niet eerlijk.’ Sindsdien werd de PvdA-politicus steevast neergezet als een ‘draaikont’, wat bijzonder effectief was. De VVD noemde in 2007 een voorstel van de FNV om een extra belastingschijf van zestig procent voor inkomens boven de 185.000 euro in te voeren ‘een jaloeziebelasting.’ En de sociaal-liberalen van D66 wisten hun negatieve gevoelens over Rutte 1 en het daarbij behorende gedoogakkoord treffend te verwoorden in een ‘stilstandkabinet’ met een ‘stagneerakkoord’ dat hiermee in feite een ‘jeugdtax’ invoerde door grote hervormingen uit te stellen.
De onbetwiste leider blijft echter nog altijd de PVV-leider Geert Wilders, die van’links’ een scheldwoord wist te maken. De ‘grachtengordelelite’, met ‘linkse hobby’s', die liever ‘haatimams’ knuffelt en theedrinkt met ‘straattuig’ dan optreedt voor ‘Henk en Ingrid’, behoort tot de naïeve ‘linkse kerk.’ Zoals de NRC-redacteur Hubert Smeets op de opiniepagina’s van het NRC Handelsblad op 24 december 2010 verwoordt: ‘Wie op de cijfers van het CBS wijst, krijgt te horen dat Henk en Ingrid daar geen boodschap aan hebben. De vox populi weet het per definitie beter dan het CBS. De eerste is echt, de tweede een leugenmachine van de elite.’
Ergo: links wordt in de publieke opinie en het maatschappelijk debat vakkundig weggedrukt door Wilders cum suis. Er wordt echter een kentering zichtbaar, want linkse politici lijken het woord ‘links’ te vervangen voor ‘progressief.’ De PvdA-leider Job Cohen kondigde gister de manifestatie ‘een nieuw jaar, een ander Nederland’ aan, waarmee hij, samen met politieke partijen als de SP en GroenLinks, een statement wil maken jegens het rechtse kabinet. In plaats van dat Cohen spreekt over linkse partijen komt het woord ‘links’ nul keer voor, maar zegt hij: ‘Ik roep dan ook alle progressieve partijen in ons land en alle maatschappelijke organisaties op om deel te nemen.’
Ook Jolanda Sap, de kersverse leider van GroenLinks, hanteert dit frame. In het NRC Handelsblad van 19 december 2010 zegt de politica over de mogelijke samenwerking tussen linkse partijen: ‘Ik heb een goede relatie met Pechtold en Cohen en ga zeker inzetten op nauwer samenwerken. Een pact met D66 en PvdA voor progressieve politiek; groener en eerlijker. Samen een vuist maken en een aantrekkelijk alternatief bieden voor de kiezer.’ In de kranten en blogs wordt steeds vaker gesproken over ‘progressieve politiek’. Het is interessant om het nieuws omtrent de linkse partijen de komende tijd in de gaten te houden. Wordt ‘progressief’ het nieuwe ‘links’?



