Artikelen geschreven door Tycho

Zullen de onverwachte wendingen bij het NRC Handelsblad voor resultaten zorgen?

Er gebeuren interessante dingen bij het NRC Handelsblad, een toonaangevend avondblad dat tevens de vierde betaalde krant van Nederland is. De kwaliteitskrant maakte eerst deel uit van PCM Uitgevers, maar dat bedrijf werd in 2009 door De Persgroep overgenomen. Er werd besloten dat NRC Media – een mediagroep die onder andere het NRC Handelsblad, de nrc.next en enkele websites beheert – moest worden afgestoten. Hoewel er door de redactie werd geopperd om zelfstandig door te gaan, werd de krant in 9 december 2009 geveild. Egerio en Lux Media mochten zich de nieuwe eigenaren noemen. De redactie was na een vergadering ‘gerustgesteld’, noemde de overeenkomst ‘solide’ en ging akkoord. Een nieuw tijdperk kon beginnen.

Op 26 april 2010 gebeurde er weer iets onverwachts. De kranige hoofdredacteur Birgit Donker maakte bekend dat ze haar functie per 1 juli van dat jaar zou neerleggen. Als reden werd opgegeven dat de directie niet meer borg stond voor de journalistieke autonomie van de redactie. Het boterde al een tijd niet tussen Donker en de Nederlands-Russische mediamagnaat Derk Sauer, een van de relatief nieuwe eigenaren van de krant. Bij de verkoop van het blad verzekerde Donker middels een verklaring de redactionele vrijheid en onafhankelijkheid: “Wij worden zelf verantwoordelijk voor onze strategie.” Later werd bekend dat Sauer zich juist actief bemoeide met de inhoud van de krant. Zo belde hij de hoofdredacteur op nadat een voorpagina-artikel hem niet beviel.

Per 1 september 2010 is de Belg Peter Vandermeersch de nieuwe hoofdredacteur. Na een studie geschiedenis in Gent, journalistiek in Parijs en politieke wetenschappen in Harvard werkte hij voor de Vlaamse krant De Standaard. Hij begon als journalist en werd uiteindelijk hoofdredacteur. Onder zijn leiding maakte de krant een aantal grote wijzigingen – de krant verscheen op tabloidformaat en de christelijke, Vlaamse referentie verdween van de voorpagina, wat een gewijzigde redactionele lijn inhield – en deed hij een hoop stof opwaaien. Beroemd zijn de kritische ‘Bitterbrieven’  die schrijver Piet de Moor openlijk naar de hoofdredacteur schreef. Vandermeersch werd tevens benoemd tot marketeer van het jaar, wat opmerkelijk is voor een journalist.

In zijn nieuwe functie als hoofdredacteur van het NRC Handelsblad is het inmiddels ook niet stil gebleven. In een interview met De Groene Amsterdammer gebruikt Vandermeersch ongewoon harde bewoordingen om zijn krant te typeren. Zo heeft het blad ‘te weinig ambities’ en blijft het steken in oude patronen. Zijn mening over de website: ‘ik kijk er bijna nooit op’. Onlangs lekte een interne e-mail naar de NRC-redactie uit die boekdelen spreekt. Door middel van vijftien punten benoemt hij alle zwakke plekken van de krant. De verkoopcijfers zijn niet goed, de foutenlast te groot, de krant te traag en niet creatief genoeg, er wordt te weinig rekening gehouden met de lezer, de redacteurs zijn niet goed met cijfers en er zijn te veel columns die geen meerwaarde hebben, om een aantal punten te noemen.

In een toelichting zegt Vandermeersch: ‘Zijn dat harde uitlatingen? In de elf jaar dat ik leiding gaf aan De Standaard was ik veel harder, en terecht trouwens.’ De hoofdredacteur pleit voor een cultuuromslag. ‘De usance bij NRC was om de dingen iets te weinig bij de naam te noemen. Veel collega’s zijn juist opgelucht dat die tijd voorbij is’, aldus de ambitieuze Belg. In de uitgelekte mail pleitte hij voor een scherpe krant die midden in het centrum van het politieke en intellectuele debat staat, en niet bang moet zijn voor lezersbrieven. Een interessante opgave in een tijd waarin de kranten het zwaar hebben en het NRC Handelsblad een aantal overwachte wendingen achter de rug heeft. Gaan deze veranderingen ook leiden tot resultaten? Zeker is dat het NRC Handelsblad een spannende tijd tegemoet gaat.

Maak je geen zorgen, de kranten zullen overleven

De oplages van kranten dalen gestaag en magazines stoppen steeds vaker, terwijl er aan de andere kant de hoeveelheid blogs door blijft groeien en de verworvenheden van het internet steevast bejubeld worden. Het bestaansrecht en de waarde van de traditionele media staat onder druk, en dat is al een geruime tijd zo. Feit is dat zij steeds meer terrein verliest op de moderne media, zoals internet. Een terugkerende vraag is hoe de traditionele media zoals kranten kan blijven bestaan, onder al deze druk. Gelukkig zijn er al een aantal redenen te bedenken waarom dit hen gaat lukken.

Kwalitatieve selectie uit de informatieoverload
Het is zeker waar dat er voor bijna alle onderwerpen die in de krant staat bibliotheken aan informatie beschikbaar zijn op het internet. De krant weet echter een kwalitatieve selectie uit alle beschikbaar informatie te filteren die de moeite waard is om te lezen. Van nieuws en achtergrond tot opinie, kranten bieden een constant kwaliteitsniveau aan met een bloemlezing met grote relevantie voor de lezer.

Journalistiek als vak, niet als bijzaak
Aan de ene kant zijn er mensen met een kantoorbaan die in hun vrije tijd, vanachter hun bureau, eens per week een artikel online plempen en zo journalistiek bedrijven. Aan de andere kant zijn er professionele redacties, gehuisvest in grote gebouwen, met redacteurs en correspondenten die opleidingen hebben gevolgd en hun kennis omzetten in artikelen, om zo journalistiek tot een waardig vak te verheffen. De tweede situatie ontstijgt het niveau van de eerste situatie.

Geconsolideerde machtspositie
De kranten hebben door de jaren heen een sterke positie veroverd. Vergeet niet dat nog steeds miljoenen mensen dagelijks een krant op de deurmat krijgen. Bij elke belangrijke gebeurtenis zijn er verslaggevers van de papieren media aanwezig. Daarnaast is de krant nog altijd een geliefd podium voor politici, wetenschappers, zakenlieden en andere mensen. Talloze keren is dit medium gebruikt voor openbarende analyses, onderzoeken en bekendmakingen.

Tel hierbij op dat een hoop mensen op deze mooie aarde het vele malen prettiger vinden om met een fysiek product – zoals een krant of een boek – iets te lezen, in tegenstelling tot iets digitaals (zoals een website of e-reader) en dat velen simpelweg gewend zijn aan de krant, en ik zie een hoop argumenten waarom dit medium blijft bestaan. Mijn advies aan krantenredacties zou dan ook zijn om minder te experimenteren met nieuwe toepassingsmogelijkheden, maar te focussen op de kerntaak: het maken van een kwalitatief topproduct. Zo houd je bestaansrecht!

Overtreedt de Telegraaf de Code voor de Journalistiek?

Op vrijdag 14 mei, om 06:44, publiceerde de Telegraaf een artikel op haar website en in haar krant over Ruben, de enige die de vliegramp in Libië heeft overleefd. De verontwaardiging was groot toen bleek dat de journaliste in kwestie, Jolande van der Graaf, de negenjarige jongen aan de telefoon had gehad. In een kort gesprek vertelde Ruben dat hij zich niets kon herinneren van het ongeluk, en dat hij niet wist dat zijn ouders overleden waren. De journaliste deelde dit hem mee.

Hierop barstte de kritiek los. Gaat het niet te ver om een negenjarige jongen, die op een ziekenhuisbed zit te vechten voor zijn leven, op te bellen en mede te delen dat hij een vliegtuigongeluk heeft gehad en dat zijn ouders overleden zijn? De Telegraaf werd een wereldwijde trending topic op Twitter, Minister Verhagen was boos en diverse media keurden het unaniem af. Om de bovenstaande vraag te beantwoorden moeten we echter wel objectief naar de feiten kijken. Gelukkig is er de Code voor de Journalistiek, met regels waar elke journalist zich aan moet houden.

En dan vinden we interessante dingen. Een aantal passages uit de onderdelen ‘waarheidsgetrouw en ‘fair’:

3 De journalist gaat zorgvuldig en integer te werk en geeft daarvan ook blijk in zijn berichtgeving door verantwoording af te leggen over zijn journalistieke methoden.

14. Bij het verzamelen, selecteren en bewerken van nieuws gaat de journalist fair te werk.

18. De journalist zal de privacy van personen niet verder aantasten dan in het kader van een open berichtgeving noodzakelijk is.

19. De journalist ontziet de privacy van slachtoffers, nabestaanden, patiënten maar ook van verdachten en daders door de algemene herkenbaarheid van betrokkenen in de berichtgeving te vermijden in al die gevallen waarin deze personen onevenredig nadeel van herkenbaarheid zullen ondervinden en voor zover het vermijden van herkenbaarheid niet in strijd is met het belang van een adequate berichtgeving.

Gaat de Telegraaf hier fair en integer te werk? Daar valt over te twisten, maar algemene opinie vindt van niet, en daar valt een hoop uit op te maken. Regel achttien is ook interessant. Wat is de nieuwswaarde dat de rest van de wereld weet dat Ruben er nu pas achter komt dat hij een ongeluk heeft gehad en dat zijn ouders zijn overleden? En dan de klapper, regel negentien. Een artikel plaatsen met privacygevoelige informatie, met naam en met foto, bij een negenjarig kind: wordt hier het maatschappelijk belang bij gediend?

Dit is geen zuivere journalistiek meer, dit is aasgierjournalistiek. En dat bij een krant die campagne voerde tegen de kilometerheffing wegens privacyschending. Schandalig. Ik ben benieuwd wat het Commissariaat voor de Media hier van vindt.

Het Nieuwe Werken zal door de volgende generatie omarmd worden

Enkele jaren geleden werd het Nieuwe Werken onthaald als hip alternatief voor de manier waarop er over het algemeen wordt gewerkt. Omarmd door Microsoft en IBM, besproken op congressen en beschreven in boeken. Het enthousiasme was groot en de voordelen klonken aanlokkelijk. Toch is er niet een echte omwenteling merkbaar geweest in onze manier van werken en hebben we het ideaalbeeld van een flexibele en innovatieve bedrijfscultuur nog niet bereikt. Wat is de traditionele manier waarop er in Nederland wordt gewerkt, wat is het Nieuwe Werken en hoe zal dit laatste concept zich verder ontwikkelen?

De traditionele manier – zeg gerust werken 1.0 – wordt gekenmerkt door een sterke hiërarchie in de organisatie en starheid in plaats van flexibiliteit. Het organogram is verticaal en de organisatie is top-down, wat inhoudt dat de taken worden bedacht in de top van de organisatie. Het Nieuwe Werken – zeg maar gerust werken 2.0 – breekt met deze ouderwetse benadering. Dit wordt gekenmerkt door minder hiërarchie en flexibiliteit in plaats van starheid. Het organigram is horizontaler dan gewend en de organisatie is bottom-up, wat inhoudt dat er veel input vanuit de onderkant van de organisatie wordt doorgegeven naar de top.

In dit concept kunnen werknemers zoveel mogelijk plaats- en tijdsonafhankelijk werken. Hierdoor wordt de werknemer productiever, wordt onnodig reizen geminimaliseerd en is er een betere work-life balance. Dit wordt ondersteund door het gebruik van technologie zoals conference calling, social media en virtual workspaces. Een belangrijk onderdeel van deze filosofie is ook de werkomgeving van het bedrijf zelf. De kantoren veranderen in flexibele gebouwen zonder vaste werkplekken, met een koffiebar, gedeelde secretaresses en hippe meubelen in felle kleuren.

De reden dat het Nieuwe Werken nog niet is ingevoerd komt door de werkende generatie zelf. Veel mensen vinden het lastig om thuis te werken, willen het liefst een eigen werkplek met vaste collega’s en een foto van de kinderen op het bureau, gruwelen van een idee van een gedeelde secretaresse, kunnen niet goed overweg met de eindeloze toepassingsmogelijkheden van nieuwe technologie of vinden zijn gewoon gewend aan de manier waarop ze altijd al hebben gewerkt.

Het gezegde luidt echter dat alles wat goed is, langzaam komt. De verandering neemt dus haar tijd, maar is onontkoombaar. De toekomst ligt nog helemaal open. Ik ben ervan overtuigd dat de huidige generatie die over enkele jaren haar eerste stappen op de werkvloer zet, het transitieproces van werken 1.0 naar werken 2.0 zal versnellen. Puur omdat zij opgegroeid zijn met nieuwe technologie, behoefte hebben aan onafhankelijkheid en goed gedijen in flexibiliteit. Dan komt het innovatieve karakter van de economie naar boven, en zal het Nieuwe Werken vaste grond vinden.

Het CDA heeft een sterke campagne nodig om te overleven

Met nog zeventwintig dagen te gaan loopt de spanning voor de Tweede Kamerverkiezingen op 9 juni 2010 op. Zeker op het partijbureau van het CDA. Daar begon de campagne al niet zo goed, toen het vertrouwen in de premier en CDA-lijsttrekker Jan Peter Balkenende op een historisch dieptepunt was. Uit enquetes en peilingen blijkt dat de kiezers  de prestaties van zijn laatste kabinet beoordelen als belabberd, en de oppositie verwijt de weinig charismatische leider een gebrek aan leiderschap. Niet ideaal om mee te starten.

Vervolgens brengt de CDA-minister Gerda Verburg een magazine uit, ter ere van het 75-jarig bestaan van het ministerie van Landbouw, Visserij en Natuurbeheer. Toen echter bleek dat dit een 400.000 euro kostende luxe glossy werd met de naam ‘GERDA’ – inclusief grote foto van de minister met zweepje op de cover – schoot dit velen in het verkeerde keelgat. Na een spoeddebat nam de Tweede Kamer een motie van treurnis aan. Ook buiten de Kamer reageerde men verontwaardigd.

En dan blijkt dat de CDA-staatssecretaris van Defensie Jack de Vries maandenlang een buitenechtelijke verhouding had met een ondergeschikte, blonde adjudante. En dat terwijl het CDA de partij is van christelijke normen en waarden, waar het gezin de hoeksteen van de samenleving is. Zijn vrouw heeft hem het huis uit gezet. Hier komt nog bij dat De Vries de belangrijkste spindocter van zijn partij is. Hij doet nu een stap terug in de campagne.

Tel dit bij elkaar op, voeg er de niet zo florissante peilingen aan toe – derde achter de PvdA en VVD, het zetelaantal schommelt rond de 25 zetels – en de partij moet hard aan de bak om het beeld te kantelen. En dan red je het niet alleen met kleurplaten. Schrijf de christen-democraten echter niet te snel af. In het verleden hebben ze bewezen dat ze campagnes kunnen voeren en verkiezingen kunnen winnen. Mocht dit echter niet lukken, dan hebben bovengeschreven punten zeker een rol gespeeld.