Rusland kent een lange geschiedenis van een niet zo joviale omgang met de pers. Nog steeds worden regelmatig journalisten in elkaar geslagen vanwege de dingen die ze schrijven. Zo kan iedereen zicht het verhaal van Anna Politkovskaja herinneren, die in oktober 2006 werd vermoord. Afgelopen weekend was het weer flink raak; in de nacht van vrijdag op zaterdag werd de 30-jarige journalist Oleg Kasjin bijna dood geslagen. Hij schreef over een snelweg tussen Moskou en Sint Petersburg, en had tegelijkertijd ruzie met een gouverneur. Maar waarschijnlijk zullen we nooit zeker weten waar de opdracht tot deze afranseling vandaan kwam.
Wij vragen ons af of voor Nederlandse journalisten in Rusland hetzelfde gevaar dreigt. We spreken Olaf Koens, die als freelance journalist werkt voor onder meer de GPD. Ook vertelt Floris Akkerman, voor het ANP en De Standaard in Rusland, over het werk als journalist in het grootste land op deze aardbol.
“Dit is geen incident,” begint Olaf Koens. De lijst met gedode journalisten in Rusland liegt er niet om. In 2010 was dit er één waarvan zekerheid bestaat dat het met zijn journalistieke activiteiten te maken heeft. Verder werden nog zes journalisten gedood waarbij getwijfeld wordt aan de dood en hun werk. “Je moet wel een onderscheid maken tussen Russische en buitenlandse journalisten. Als buitenlander kan ik altijd iemand bellen, ik kan de ambassade bellen. Hooguit moet er een diplomatieke actie ondernomen worden. Maar waarnaar moet een Russische journalist bellen? Wat dat betreft is het gevaar voor hen veel groter.” Een zelfde verhaal vertelt Jelle Brandt Corstius in Pauw en Witteman. Hij was een aantal jaar correspondent en maakte een serie reportages voor de VPRO genaamd van Moskou tot Moermansk. “Ik word gevolgd, afgeluisterd, tegengewerkt. Maar dat is peanuts vergeleken met de Russische journalisten. Die worden gewoon vermoord.”
Floris Akkerman voegt daar een verschil aan toe: “Het belangrijkste verschil tussen mij en een journalist waarmee dit soort dingen wel gebeuren is dat ik geen onderzoeksjournalist ben. Ik graaf niet in corruptie, noem geen namen. Dat doen zij wel. Ik bericht misschien een enkele keer over corruptie maar dat is het.” Akkerman merkt over het algemeen dus geen gevaar. “Als je naar gebieden met problemen gaat moet je wel voorzichtig zijn. Ik ben daar meerdere keren geweest, je moet dan gewoon goede contacten hebben. Je moet iemand kunnen bellen. Maar ik heb zelf nooit last gehad van de Russen. Even afkloppen.”
Olaf Koens heeft de dwingende bemoeizucht van de Russische overheid wel ondervonden. “Tijdens een demonstratie ben ik een keer geslagen door een priester, waarop ik terugsloeg. Dat is natuurlijk vervelend. Maar het ergste wat ik meegemaakt heb is wel dat ik in Dagestan door een man met een pistool werd opgewacht die zei dat hij me dood zou schieten als ik het verhaal opschreef. Wat je dan moet doen is gewoon weglopen en het toch opschrijven, dat heb ik ook gedaan. Daarna heb ik nooit meer wat van die man gehoord.”
Ook merkt Koens dat hij in de gaten wordt gehouden. “De overheid volgt je. Niet zo dat er iemand achter je aan loopt, maar ik zie wel dat eens in de zoveel tijd mijn blogs worden gelezen door de Russische ambassade in den Haag, en als ik naar gevaarlijke gebieden reis, mijn telefoon afgeluisterd wordt. Die dingen gebeuren wel.”
Floris Akkerman voelt die druk niet. “Ik denk dat dat puur komt doordat ze bij de Russische overheid niet geïnteresseerd zijn voor verhalen die in Nederland worden geschreven.”
Akkerman vertelt dat President Medvedev de aanval op Oleg Kasjin tot een van zijn prioriteiten heeft gemaakt. “Russische journalisten vroegen om een onderzoek. Daar was een vorige keer, bij de moord op Anna Politkovskaja nog buitenlandse diplomatieke druk voor nodig. Dat is natuurlijk goed. Maar of het wat oplevert is vers twee. ” President Dmitri Medvedev lijkt dit geval inderdaad serieus op te pakken. In een gesprek met de Russische staatskrant Rossiiskaya Gazeta zegt Medvedev: “Wie ook achter deze misdaad zit, zij zal gestraft worden, onafhankelijk van zijn status als hij die heeft. Dit is geen gewone misdaad, zo steel je geen portemonnee.”


Foto: Erik van ‘t Woud
