Maandelijks Archief: mei 2010

Volkskrant magazine in zwaar weer door dalende advertentie inkomsten

Afgelopen week plaatste de chef redactie van het Volkskrant magazine een oproep aan alle adverteerders. “Met 900 duizend lezers per week is Volkskrant magazine een fantastisch podium voor adverteerders – al zeggen we het zelf. Maar realiseert de adverteerder zich dat wel?” Haast een smeekbede aan de adverteerder. In het stuk laat de chef weten dat er weinig adverteerders zijn die willen adverteren in het wekelijkse magazine. Te weinig om het blad ‘financieel gezond te houden’. Het magazine pakte uit met een negental fictieve advertenties, om te laten zien hoe mooi dagbladadvertenties kunnen zijn. Oftewel; het begin van het einde.

Jarenlang leek het Volkskrant magazine een ijzersterk format. Een baken in het weekend van de Volkskrant lezende Nederlander. Maar het Volkskrant magazine lijkt haast te zijn omgekomen in al het vernieuwingsgeweld van zijn grote broer, de krant. Terwijl de focus van de uitgever, de redactie, eigenlijk die van iedereen uitging naar de vernieuwingen in die krant daalden de advertentieopbrengsten

Al eerder flopte next.one, het magazine van nrc.next, en ook M van NRC Handelsblad bracht haar laatste uitgave uit op 4 april. Zijn de magazines de eerste slachtoffers in de teloorgang van de krant?

Onethisch brengen van nieuws uit Tripoli veroorzaakt heftige discussies

Het nieuws in Nederland wordt al enige dagen beheerst door een ronduit afschuwelijk vliegtuigongeluk in Tripoli. Het kan niemand in binnen- en buitenland zijn ontgaan dat op één na alle passagiers die in dat vliegtuig zaten zijn omgekomen, waaronder 70 Nederlanders. Er zaten 71 Nederlanders in het bewuste vliegtuig, wat betekent dat de enige overlever van het ongeluk een Nederlander is. De jongen Ruben wordt in buitenlandse media al ‘wonderboy’ genoemd.

Inmiddels weten we bijna alles over de jongen, en zijn familie. Ik heb zijn schoenmaat nog niet kunnen vinden, maar dat is wellicht een tip voor de voorpagina van de Telegraaf van morgen. De discussie over privacy in de media laait weer op.

Discussie: Media & pivacy

De discussie is zeker niet nieuw. In 1996 verongelukte bij Eindhoven een Herculesvliegtuig, waarbij 34 mensen de dood vinden. Toen al kreeg de Volkskrant stapels met ingezonden brieven binnen over de rampjournalistiek die niet ethisch gehandeld zou hebben. “Talloze journalisten worden naar het gebied gestuurd en iedereen die er ook maar iets mee te maken heeft wordt onderworpen aan de sensatiezucht van de verslaggevers van ‘kwaliteitsprogramma’s’ als het Radio 1-journaal of Nova,” schrijft Maarten Versteegh uit Ophemert. De Volkskrant heeft trouwens niet zo heel veel geleerd van deze post, want toen de naam van het jongetje bekend werd, waren zij een van de eersten die deze publiceerden. Later hebben ze de achternaam weer weggehaald.

De discussie bestaat dus al even, maar met de komst van Twitter neemt de discussie wel andere vormen aan. De Telegraaf was voor even trending topic, wereldwijd. De krant verzorgde heel veel opschudding door te bellen met de ‘sole survivor’, of ‘wonderboy.’ We schreven al een artikel over het in strijd zijn met de code voor de journalistiek.

Ook andere media krijgen kritiek, het vermelden van de naam en het vertonen van beelden is voor veel trouwe NOS-nieuwskijkers reden genoeg om een mail te sturen. De hoofdredactie van de NOS beantwoord de mails in een blog, waarop ook weer veel reacties komen. Die variëren van complimenten tot nog uitgesprokener kritiek.

Ondanks de kritiek op de blog liet de NOS gisteren tijdens het 10 uur journaal beelden zien van een dagboek. Duidelijk was te lezen over de heenreis naar Zuid-Afrika. Vooralsnog lijk ik de enige in de hele wereld die dat ook niet zo netjes vind. Vanmiddag om 5 uur kan iedere geïnteresseerde chatten met Giselle van Cann, adjunct-hoofdredacteur van de NOS.

Wettelijke code?

De vraag is wat we mogen, moeten kunnen en vooral willen doen om het onethisch brengen van nieuws in het vervolg te voorkomen. Ik gok dat het grootste deel van de lezers van de Telegraaf niet zo veel problemen zien in het bellen met Ruben. En ook de NOS verliest waarschijnlijk weinig kijkers. Den Haag zou natuurlijk het volk kunnen raadplegen, en hen kunnen vragen of er wettelijk iets van een code voor de journalistiek moet worden vastgelegd. Of je laat de verantwoordelijkheid bij de media zelf. Die zullen die verantwoordelijkheid snel genoeg nemen als ze hun kijkcijfers of klantenaantal zien dalen.

Overtreedt de Telegraaf de Code voor de Journalistiek?

Op vrijdag 14 mei, om 06:44, publiceerde de Telegraaf een artikel op haar website en in haar krant over Ruben, de enige die de vliegramp in Libië heeft overleefd. De verontwaardiging was groot toen bleek dat de journaliste in kwestie, Jolande van der Graaf, de negenjarige jongen aan de telefoon had gehad. In een kort gesprek vertelde Ruben dat hij zich niets kon herinneren van het ongeluk, en dat hij niet wist dat zijn ouders overleden waren. De journaliste deelde dit hem mee.

Hierop barstte de kritiek los. Gaat het niet te ver om een negenjarige jongen, die op een ziekenhuisbed zit te vechten voor zijn leven, op te bellen en mede te delen dat hij een vliegtuigongeluk heeft gehad en dat zijn ouders overleden zijn? De Telegraaf werd een wereldwijde trending topic op Twitter, Minister Verhagen was boos en diverse media keurden het unaniem af. Om de bovenstaande vraag te beantwoorden moeten we echter wel objectief naar de feiten kijken. Gelukkig is er de Code voor de Journalistiek, met regels waar elke journalist zich aan moet houden.

En dan vinden we interessante dingen. Een aantal passages uit de onderdelen ‘waarheidsgetrouw en ‘fair’:

3 De journalist gaat zorgvuldig en integer te werk en geeft daarvan ook blijk in zijn berichtgeving door verantwoording af te leggen over zijn journalistieke methoden.

14. Bij het verzamelen, selecteren en bewerken van nieuws gaat de journalist fair te werk.

18. De journalist zal de privacy van personen niet verder aantasten dan in het kader van een open berichtgeving noodzakelijk is.

19. De journalist ontziet de privacy van slachtoffers, nabestaanden, patiënten maar ook van verdachten en daders door de algemene herkenbaarheid van betrokkenen in de berichtgeving te vermijden in al die gevallen waarin deze personen onevenredig nadeel van herkenbaarheid zullen ondervinden en voor zover het vermijden van herkenbaarheid niet in strijd is met het belang van een adequate berichtgeving.

Gaat de Telegraaf hier fair en integer te werk? Daar valt over te twisten, maar algemene opinie vindt van niet, en daar valt een hoop uit op te maken. Regel achttien is ook interessant. Wat is de nieuwswaarde dat de rest van de wereld weet dat Ruben er nu pas achter komt dat hij een ongeluk heeft gehad en dat zijn ouders zijn overleden? En dan de klapper, regel negentien. Een artikel plaatsen met privacygevoelige informatie, met naam en met foto, bij een negenjarig kind: wordt hier het maatschappelijk belang bij gediend?

Dit is geen zuivere journalistiek meer, dit is aasgierjournalistiek. En dat bij een krant die campagne voerde tegen de kilometerheffing wegens privacyschending. Schandalig. Ik ben benieuwd wat het Commissariaat voor de Media hier van vindt.

Het Nieuwe Werken zal door de volgende generatie omarmd worden

Enkele jaren geleden werd het Nieuwe Werken onthaald als hip alternatief voor de manier waarop er over het algemeen wordt gewerkt. Omarmd door Microsoft en IBM, besproken op congressen en beschreven in boeken. Het enthousiasme was groot en de voordelen klonken aanlokkelijk. Toch is er niet een echte omwenteling merkbaar geweest in onze manier van werken en hebben we het ideaalbeeld van een flexibele en innovatieve bedrijfscultuur nog niet bereikt. Wat is de traditionele manier waarop er in Nederland wordt gewerkt, wat is het Nieuwe Werken en hoe zal dit laatste concept zich verder ontwikkelen?

De traditionele manier – zeg gerust werken 1.0 – wordt gekenmerkt door een sterke hiërarchie in de organisatie en starheid in plaats van flexibiliteit. Het organogram is verticaal en de organisatie is top-down, wat inhoudt dat de taken worden bedacht in de top van de organisatie. Het Nieuwe Werken – zeg maar gerust werken 2.0 – breekt met deze ouderwetse benadering. Dit wordt gekenmerkt door minder hiërarchie en flexibiliteit in plaats van starheid. Het organigram is horizontaler dan gewend en de organisatie is bottom-up, wat inhoudt dat er veel input vanuit de onderkant van de organisatie wordt doorgegeven naar de top.

In dit concept kunnen werknemers zoveel mogelijk plaats- en tijdsonafhankelijk werken. Hierdoor wordt de werknemer productiever, wordt onnodig reizen geminimaliseerd en is er een betere work-life balance. Dit wordt ondersteund door het gebruik van technologie zoals conference calling, social media en virtual workspaces. Een belangrijk onderdeel van deze filosofie is ook de werkomgeving van het bedrijf zelf. De kantoren veranderen in flexibele gebouwen zonder vaste werkplekken, met een koffiebar, gedeelde secretaresses en hippe meubelen in felle kleuren.

De reden dat het Nieuwe Werken nog niet is ingevoerd komt door de werkende generatie zelf. Veel mensen vinden het lastig om thuis te werken, willen het liefst een eigen werkplek met vaste collega’s en een foto van de kinderen op het bureau, gruwelen van een idee van een gedeelde secretaresse, kunnen niet goed overweg met de eindeloze toepassingsmogelijkheden van nieuwe technologie of vinden zijn gewoon gewend aan de manier waarop ze altijd al hebben gewerkt.

Het gezegde luidt echter dat alles wat goed is, langzaam komt. De verandering neemt dus haar tijd, maar is onontkoombaar. De toekomst ligt nog helemaal open. Ik ben ervan overtuigd dat de huidige generatie die over enkele jaren haar eerste stappen op de werkvloer zet, het transitieproces van werken 1.0 naar werken 2.0 zal versnellen. Puur omdat zij opgegroeid zijn met nieuwe technologie, behoefte hebben aan onafhankelijkheid en goed gedijen in flexibiliteit. Dan komt het innovatieve karakter van de economie naar boven, en zal het Nieuwe Werken vaste grond vinden.

Het CDA heeft een sterke campagne nodig om te overleven

Met nog zeventwintig dagen te gaan loopt de spanning voor de Tweede Kamerverkiezingen op 9 juni 2010 op. Zeker op het partijbureau van het CDA. Daar begon de campagne al niet zo goed, toen het vertrouwen in de premier en CDA-lijsttrekker Jan Peter Balkenende op een historisch dieptepunt was. Uit enquetes en peilingen blijkt dat de kiezers  de prestaties van zijn laatste kabinet beoordelen als belabberd, en de oppositie verwijt de weinig charismatische leider een gebrek aan leiderschap. Niet ideaal om mee te starten.

Vervolgens brengt de CDA-minister Gerda Verburg een magazine uit, ter ere van het 75-jarig bestaan van het ministerie van Landbouw, Visserij en Natuurbeheer. Toen echter bleek dat dit een 400.000 euro kostende luxe glossy werd met de naam ‘GERDA’ – inclusief grote foto van de minister met zweepje op de cover – schoot dit velen in het verkeerde keelgat. Na een spoeddebat nam de Tweede Kamer een motie van treurnis aan. Ook buiten de Kamer reageerde men verontwaardigd.

En dan blijkt dat de CDA-staatssecretaris van Defensie Jack de Vries maandenlang een buitenechtelijke verhouding had met een ondergeschikte, blonde adjudante. En dat terwijl het CDA de partij is van christelijke normen en waarden, waar het gezin de hoeksteen van de samenleving is. Zijn vrouw heeft hem het huis uit gezet. Hier komt nog bij dat De Vries de belangrijkste spindocter van zijn partij is. Hij doet nu een stap terug in de campagne.

Tel dit bij elkaar op, voeg er de niet zo florissante peilingen aan toe – derde achter de PvdA en VVD, het zetelaantal schommelt rond de 25 zetels – en de partij moet hard aan de bak om het beeld te kantelen. En dan red je het niet alleen met kleurplaten. Schrijf de christen-democraten echter niet te snel af. In het verleden hebben ze bewezen dat ze campagnes kunnen voeren en verkiezingen kunnen winnen. Mocht dit echter niet lukken, dan hebben bovengeschreven punten zeker een rol gespeeld.