Maandelijks Archief: april 2010

De Publieke Omroep na de verkiezingen

Binnenkort is het weer tijd om de rode potloden te slijpen, de stemhokjes af te stoffen en vooral de gordijntjes niet vergeten op te hangen. Het is tijd om weer te gaan stemmen voor de Tweede Kamer. En daarmee wordt waarschijnlijk ook het beleid voor de komende jaren bepaald.

De partijen waarop iedereen kan stemmen publiceerden in de afgelopen weken allemaal boekwerken met daarin hun visie en hun doelen. Meestal stonden daarin, ver weg gestopt in een ogenschijnlijk onbelangrijke clausule de plannen die de desbetreffende partij had voor de media en vooral voor de Publieke Omroep.

De politieke partijen zijn, als het gaat om de Publieke Omroep in te delen in twee groepen. De eerste groep vind dat de Publieke Omroep moet worden ingedamd tot een kern van één of twee tv-zenders en een aantal radiozenders.

Op de agenda van hoop en optimisme bijvoorbeeld is de Publieke Omroep bijna niet terug te vinden. Het verkiezingsprogramma van de PVV spreekt afkeurend over de Nederlandse staatsomroep waar “avond aan avond linksmensen paraderen die door linkse omroepen worden uitgenodigd hun politiek-correcte meningen te debiteren.” Deze keer gaat het bij de PVV niet over het afhakken van rode neuzen van linkse journalisten maar over Boer zoekt Vrouw en Spoorloos die volgens de partij prima door SBS of RTL kunnen worden uitgezonden. Volgens de PVV kan de activiteit van de Publieke Omroep worden beperkt tot één televisiezender. Geen radiozenders en “wildgroei van websites van de staatsomroep moet ophouden, dat concurreert volop met kranten.” En die kranten zijn nu juist zo belangrijk volgens de PVV.

Verder vinden ook de VVD, GroenLinks en TON dat er televisiezenders van de Publieke Omroep kunnen verdwijnen. De VVD denkt dat twee televisiezenders en vier radiozenders voldoende zijn. TON gaat nog  verder, en vind één televisiezender en één radiozender genoeg. Uitleg ontbreekt in het verkiezingsprogramma van Trots op Nederland.

Opvallend in het rijtje is GroenLinks, die vind dat de Publieke Omroep met twee tv-zenders ook voldoet. Maar dat is niet nieuw, in voorgaande verkiezingsprogramma’s van de partij stond dat ook al. Daarnaast verdwijnen de profielen van de zenders en worden het dus twee algemene zenders, als we allemaal GroenLinks stemmen.

Vraag blijft hoe we met de vermindering van de zendtijd door Publieke Omroepen toch nog aan ieders behoefden te voldoen. Vooral de rechtsere partijen, die bijna allemaal vinden dat de Publieke Omroep meer rechts geluid moet laten horen vinden dat er zenders moeten verdwijnen. Maar hoe kan de Publieke Omroep met één tv-zender aan alle behoefden voldoen? Blijft vooralsnog onbeantwoord.

Dan is er dus ook nog een tweede groep. Hierin zitten de partijen die eigenlijk niks lijken te vinden over het publieke bestel en de partijen die de huidige omvang willen behouden. CDA en PvdA zijn de enige partijen die eigenlijk helemaal niks vinden en niks gaan veranderen aan de Publieke Omroep.

Andere partijen die willen dat de omvang van nu behouden blijft zijn D66, SP en ChristenUnie. Die partijen, en GroenLinks willen daarnaast meer geld voor documentaires. Maar omdat er ook flink bezuinigd moet worden, trekken zij de conclusies dat de omroeporkesten en Radio Nederland Wereldomroep (de Wereldomroep) voor een groot deel kunnen verdwijnen.

Geen van de verkiezingsprogramma’s gaat in op de problemen die de vele omroepen met zich meenemen, en zeker niet hoe ze dat willen oplossen, terwijl dat toch wel een prangende vraag is in omroepwereld. Zoals het er nu uit ziet gaat dit probleem ook de komende jaren niet worden opgelost. Niet door de politiek in ieder geval. Ook het aantal radio- en televisiezenders zullen de komende jaren waarschijnlijk niet veranderen.

Het is trouwens nog even wachten op de plannen van de nieuwe jongerenomroep ‘van’ BNN. Maar ik denk niet dat deze nieuwe partij veel zal sleutelen aan het omroepbestel.

Live verslaggeving en de Nederlandse krantenredacties; een verloren zaak

Of er nu een vulkaan uitbarst, een prominent persoon overlijdt of de Belgische politiek weer eens crasht, de Volkskrant suggereert met zijn nieuwsalerts al het urgente nieuws snel bij de nieuwsconsument af te kunnen leveren. Maar moet een krant, inmiddels een medium voor ‘traag nieuws’ geworden, zich wel inzetten op snelle, bijna live online verslaggeving?

Het hele concept is een slim idee, zou je zeggen. Mensen zitten meer achter hun mail dan op nieuwswebsites, dus om de lezer te bereiken stuur je een mail. Zou dat ongeveer de gedachtengang zijn geweest toen de krant de ‘urgente’ mailtjes bedacht? Helaas voor de webredactie van de krant, en ook voor de ontvanger van de mail werkt het systeem totaal niet. Nieuwsmeldingen komen pas uren nadat het nieuws op bijvoorbeeld Twitter of nu.nl verscheen in de mailboxen binnen.

Het nieuws komt via persberichten, correspondenten of internationale bureau’s de redactie binnen, en verdwijnt dan in veel te ingewikkelde procedures. Precies de zwakke plek waar de Nederlandse twitteraccount Breaking News slim op inspeelt. “Dat maakt ze (de redacties) langzamer. Wanneer er een persbericht binnenkomt bij Associated Press, duurt het soms uren voor ze een bericht doorsturen. Wij zien een persbericht en plaatsen het nieuws meteen in een klein berichtje.” aldus BNO oprichter Michael van Poppel in een interview op De Nieuwe Reporter.

Terwijl de nieuwsalerts al niet blijken te werken valt er ook op het Twitter account van de krant op nieuws van de website na weinig leven te bespeuren. Vrijwel geen enkele Nederlandse website maakt gebruik van de mogelijkheden van het direct publiceren van nieuws. Eerst bronnen checken, een compleet artikel schrijven,  dan de eindredactie, en uiteindelijk het publiceren. Er valt dus nog flink wat te winnen op het gebied van snelle verslaggeving bij de Volkskrant, en trouwens bij alle kranten. Of is een krantenredactie en het concept ‘krant’ niet gebouwd voor snelle verslaggeving, en is het een al van te voren verloren zaak?

Noorse premier als nieuwsmaker voor Apple, of is het toch andersom?

“Internet, mobieltjes… er zijn uitstekende manieren om ook op afstand te communiceren,” meldde de door een aswolk gestrande Noorse premier Stoltenberg aan CNN. “Bovendien is het heel gewoon dat een premier op reis is naar het buitenland. Deze reis duurt gewoon een paar dagen langer. En ik heb nu ook een iPad om mee te werken.”

En ja, die laatste zin deed het hem. Nu is het al opmerkelijk dat hij zijn land bestuurd met een iPad, maar dat hij dat ook nog eens aan de pers meld? De Noorse premier groeide met die zin uit tot het perfecte reclame trekpaard van Apple’s nieuwe gadget. Het verscheen internationaal in het nieuws, en zo ook op het NOS Journaal, het ANP gooide er gezien de wel erg veel op elkaar lijkende Google zoekresultaten een persbericht uit, en de iPad had er een nieuw commercieel icoon bij. Zijn medewerkers plaatsen zelfs de bovenstaande foto van de premier, druk in de weer met zijn iPad op fotosite Flickr. Al eerder gebeurde dat met Obama, die met een jas van Weatherproof Garment gespot werd, die daar vervolgens weer slim op inspeelde.

Ik ben benieuwd of de Noorse premier blij is met zijn reputatie als nieuwsmaker voor Apple. Alhoewel? Wie lift er nu op wiens publiciteit mee? Apple op die van de Noorse Premier, of de Noorse premier op het ongekende succes en het hippe imago van de iPad?

Voor het eerst wint een website een Pulitzer prijs

De jaarlijkse Pulitzer prijzen beloven elk jaar weer een beetje voorspelbaarder te worden. De prijzen rouleren tussen de groten der journalistiek in Amerika, maar aan kleine talenten en regionale journalisten is de prijs niet besteed. Typisch Amerikaans, waar alleen presteren en de absolute top telt. Anderzijds ook weer typisch Nederlands, zeuren bij prijzen. Maar genoeg kritiek. De winnaars! The Washington Post en de grote New Yorkse krant The New York Times zijn de grote winnaars van de prijzen. Opvallend is dat voor het eerst expliciet een website in de prijzen is gevallen. De website San Francisco Bay Area, kortweg sfgate.com wint dit jaar met cartoonist Mark Fiore de cartoon prijs, die vorig jaar nog door The San Diego Union-Tribune gewonnen werd. Ook online platform ProPublica won een prijs voor een artikel die in samenwerking met het magazine van The New York Times tot stand kwam.

Gefeliciteerd allemaal. En verras me volgend jaar met een opvallende nieuwkomer onder de prijzen, of misschien een aparte categorie?

Over het tragische einde van de risicojournalistiek, en het begin van de persberichtencultuur

Beeld: cameraploeg aan het werk in Irak, foto via Flickr

Moskou. Om acht uur ‘s ochtends ging de eerste bom in de ondergrondse van de stad af. Terwijl de slachtoffers vluchtten, spoedde journalisten, correspondenten en cameraploegen zich naar de rampplek en de metro’s. Om half negen ging daar ook de tweede bom af.

Dan Irak. Daar kwam vandaag via videobeelden naar buiten dat een helikopter van Amerikanen een journalist van persbureau Reuters met een camera als een man met een vuurwapen aanzag, en hem doodschoot. En Vietnam. Daar werd vorige week het lichaam van oorlogsfotograaf Sean Flynn gevonden. In totaal vonden er meer dan driehonderd media mensen de dood in de Vietnam oorlog. En tot slot werd er vorige week bekend dat een verslaggever van de NOS de gevaarlijke Q-koorts tijdens een reportage in een besmette geitenstal heeft opgelopen.

Wordt de journalistiek gevaarlijker, en lopen verslaggevers meer gevaar dan vroeger? Of halen journalisten gevaarlijkere capriolen uit om aan nieuws te komen? De berichten over getroffen journalisten en fotografen doen ons dit bijna geloven. Ook de Italiaanse schrijver Roberto Saviano leeft permanent onder bewaking omdat hij in zijn boeken een aanklacht tegen de Napolitaanse maffia uitschreef. Risicojournalistiek of niet?

De persberichtencultuur

Experimenteel journalist Joris Luyendijk schreef in zijn boek ‘Het zijn net mensen‘ over de voorgeregiseerde-persberichten journalistieke cultuur die er ontstond in medialand. Een bezoekje aan een gevaarlijke terroristenleider was vooraf uitgestippeld en de glans van het onderzoeken was er volgens hem totaal vanaf. Toch zijn er journalisten die er uit springen, en de persconferenties liever mijden en op avontuur uit gaan. Zo reed fotograaf Flynn op een motor – en nogal roekeloos – dwars langs de vuurlinies in de Vietnam-oorlog. Maar een verhaal had hij wel.

Nieuws over gevaren, rampen, oorlogen en aanslagen blijft voor de nieuwsconsument hoe dan ook het interessantste. Toch zit de doorsnee redacteur achter zijn bureau constant de website van het ANP te verversen. Wie een echt verhaal wil trekt er op uit. Het lijkt wel alsof iets pas nieuws is als het in een persconferentie is gezegd, of bevestigd. Zo ondervond ook RTL Nieuws verslaggever Frits Wester bij de moord op Milly Boele. Hij kreeg een hoop kritiek over zich heen omdat hij de ‘primeur’ rond de omstreden zaak had.

De persberichten en persconferenties dwingen journalisten wel tot het uithalen van ‘gevaarlijke’ capriolen. Politici mogen zich nergens over uitlaten van hun spin doctors en bedrijven zijn door hun ingewikkelde communicatieafdelingen vrijwel onbereikbaar, om over de overheid nog maar te zwijgen. Geregisseerd nieuws. Slechts persberichten en hun vaak bijbehorende conferenties geven uitsluitsel en zijn tegenwoordig als goede bron te gebruiken.

Primeurs en exclusief nieuws vragen blijkbaar nu eenmaal om risico- en amorele onderzoeksjournalistiek.